Uitspraak
[verzoeker],
Bildit,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.Waar het in deze zaak over gaat
Het oordeel van het hof
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil tussen [verzoeker] en Bildit.nl over de duur van een arbeidsovereenkomst en achterstallig loon. [verzoeker] stelt dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is gesloten, terwijl Bildit.nl meent dat deze voor bepaalde tijd tot 31 maart 2020 liep. Tevens is er discussie over de loonbetaling en de wettelijke verhoging daarop.
De kantonrechter heeft een tussenbeschikking gegeven waarin [verzoeker] is opgedragen te bewijzen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Het hof oordeelt dat deze bewijsopdracht terecht is gegeven, omdat de arbeidsovereenkomst weliswaar geen einddatum vermeldt, maar in de aanhef 'bepaalde tijd' staat en de omstandigheden wijzen op een overeenkomst voor bepaalde tijd.
Verder oordeelt het hof dat [verzoeker] voldoende heeft onderbouwd dat een contante betaling van € 1.700,- niet voor oktober 2019 was bedoeld, maar een nabetaling betrof van eerder gewerkte uren. Bildit heeft dit niet gemotiveerd betwist, zodat geen bewijsopdracht nodig is.
Ten aanzien van de wettelijke verhoging over het achterstallig loon stelt het hof dat Bildit in beginsel 50% wettelijke verhoging verschuldigd is en dat matiging niet gerechtvaardigd is, omdat Bildit onvoldoende heeft onderbouwd dat zij deze niet kan betalen.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter onder verbetering van gronden en verwijst de zaak terug naar de kantonrechter voor verdere behandeling en beslissing, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking over bewijslast en loonbetaling en verwijst de zaak terug naar de kantonrechter voor verdere behandeling.