ECLI:NL:GHARL:2021:1910

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 februari 2021
Publicatiedatum
2 maart 2021
Zaaknummer
TBS P20/0225
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verpleging van overheidswege terbeschikkinggestelde wegens hoog recidiverisico en ernstige pathologie

De terbeschikkinggestelde is in hoger beroep gegaan tegen het bevel van de rechtbank Noord-Nederland om hem alsnog van overheidswege te verplegen. Het hof heeft op 11 februari 2021 de beslissing van de rechtbank bevestigd met aanvulling van gronden.

De terbeschikkinggestelde heeft erkend dat hij voorwaarden heeft overtreden, maar wenst voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden. Hij benadrukt de positieve effecten van de behandeling in de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) GGZ Drenthe en stelt dat een overplaatsing tot onnodige vertraging leidt.

De psychiater en reclassering concluderen echter dat de pathologie ernstiger is dan eerder gedacht, met een zeer hoog recidiverisico en heimelijk delictgedrag tijdens behandeling. Daarom is een intensievere en langdurige behandeling in een dwingender kader noodzakelijk.

Het hof oordeelt dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen of goederen de verpleging van overheidswege vereist. Het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van deze verpleging wordt afgewezen omdat dit prematuur is. De beslissing van de rechtbank wordt bevestigd en het dictum wordt verbeterd waar nodig.

Uitkomst: Het hof bevestigt het bevel tot verpleging van overheidswege en wijst het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging af.

Uitspraak

TBS P20/0225
Beslissing d.d. 11 februari 2021
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggeslelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970,
verblijvende in de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) GGZ Drenthe, afdeling [afdeling] te Assen.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 26 mei 2020, houdende het bevel dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 4 juni 2020;
- de appelschriftuur van de terbeschikkinggestelde van 8 juni 2020;
- de reactie van de advocaat-generaal op het verzoek in de appelschriftuur van 29 juli 2020;
- het 11e voortgangsverslag toezicht van 27 juli 2020 betreffende de periode 9 maart 2020 tot 9 juni 2020;
- de informatie van de FPK GGZ Drenthe, afdeling [afdeling] te Assen van 17 augustus 2020;
- het pro justitia onderzoek van 31 december 2020, opgemaakt door drs. P.K.J. Ronhaar, psychiater.
Het hof heeft ter zitting van 28 januari 2021 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. J.A.M. Kwakman, advocaat te Assen, en de advocaat-generaal mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit. Voorts zijn als deskundigen gehoord drs. P.K.J. Ronhaar, psychiater, en [reclasseringswerker] , reclasseringswerker bij Reclassering Nederland.

Overwegingen:

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw
De raadsvrouw heeft bepleit dat het hof de beslissing van de rechtbank zal vernietigen en de vordering van de officier van justitie zal afwijzen. De terbeschikkinggestelde heeft erkend dat hij voorwaarden heeft overtreden, maar hij wil graag dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden wordt voortgezet. Hij realiseert zich dat de behandeling nog niet is afgerond. Hij geeft aan veel baat te hebben bij de behandeling die hij nu in de FPK krijgt. Hij is anders gaan kijken naar de nieuwe delicten die hij heeft gepleegd. Dat komt onder andere door de EMDR-therapie die hij volgt. De geschikte behandeling en het passende beveiligingsniveau kunnen ook in FPK Assen geboden worden. Ook daar kan de resocialisatie geleidelijk en gecontroleerd plaatsvinden. De FPK ziet nog steeds behandelmogelijkheden voor de terbeschikkinggestelde. Daarnaast kent de FPK de terbeschikkinggestelde beter en kan men daar ook beter inspelen op het gedrag van de terbeschikkinggestelde. Uit het advies van de FPK en de psychiater blijkt ook niet dat het huidige beveiligingsniveau niet volstaat. De psychiater adviseert de behandeling ook in de FPK Assen voort te zetten. De terbeschikkinggestelde is ook gemotiveerd aan de behandeling in de FPK deel te nemen. Overplaatsing naar een andere kliniek zal alleen maar tot onnodige vertraging in de behandeling leiden. Er is dan ook geen noodzaak om de terbeschikkingstelling met voorwaarden om te zetten in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.
Subsidiair heeft de raadsvrouw bepleit de terbeschikkingstelling met voorwaarden om te zetten in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege en die verpleging vervolgens onmiddellijk voorwaardelijk te beëindigen. De voorwaardelijke beëindiging is dan niet gemaximeerd en daarmee wordt voldoende tijd gegeven om de benodigde resocialisatie geleidelijk te laten plaatsvinden.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De terbeschikkinggestelde heeft niet voldaan aan de gestelde voorwaarden. Ondanks de elektronische enkelband is hij meermalen gerecidiveerd en heeft hij daaromtrent tijdens zijn behandeling wederom geen openheid van zaken gegeven. Inmiddels heeft hij de feiten erkend. Psychiater Ronhaar heeft ter zitting verklaard dat de pathologie van de terbeschikkinggestelde ernstiger blijkt dan eerder gedacht, met name op het gebied van seksualiteit. Er is sprake van een hoog recidiverisico. De reclassering acht het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden niet meer toereikend om recidive te voorkomen. Gelet hierop heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank, inhoudende toewijzing van de vordering van de officier van justitie dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.
Het oordeel van het hof
Alsnog verplegen van overheidswege
Ingevolge artikel 6:6:10 eerste Pro lid, aanhef en onder e, van het Wetboek van Strafvordering kan de rechter bevelen dat een terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd indien een gestelde voorwaarde niet wordt nageleefd of anderszins het belang van de veiligheid van personen of goederen dat eist. Het hof stelt vast dat de terbeschikkinggestelde de opgelegde voorwaarden heeft overtreden. Dat staat ook niet ter discussie.
Uit de pro Justitia rapportage van psychiater Ronhaar van 31 december 2020 volgt dat bij de terbeschikkinggestelde ondanks de reeds ondergane behandeling nog steeds sprake is van een ernstige en hardnekkige parafilie. Daarnaast is sprake van ongunstige persoonlijkheidskenmerken. Gelet op de voorgeschiedenis van de terbeschikkinggestelde en het feit dat hij heeft bekend dat hij tijdens de terbeschikkingstelling met voorwaarden een tiental keren heeft gerecidiveerd en de nog steeds aanwezige parafiele gedachten en fantasieën, wordt het recidiverisico als zeer hoog beoordeeld. Daarom is een langdurige en intensieve behandeling aangewezen. De psychiater acht een strikter kader dan thans aan de orde is noodzakelijk vanwege de ernst van de pathologie van de terbeschikkinggestelde, het zeer hoge risico op recidive, het heimelijke delictgedrag tijdens de lopende behandeling en de noodzaak van een meer gecontroleerde, geleidelijke resocialisatie. Evenals de reclassering adviseert de psychiater de terbeschikkingstelling met voorwaarden om te zetten in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.
De rechtbank legt aan de beslissing tot omzetting onder meer ten grondslag dat de huidige behandelaars van de terbeschikkinggestelde geen wezenlijke verandering in de behandeling in het huidige kader verwachten aan te kunnen brengen. Uit de recente informatie van de FPK blijkt echter dat de behandelaars thans nog perspectief zien om de terbeschikkinggestelde in een voorwaardelijk kader een hernieuwd aanbod te doen. Bij deze stand van zaken sluit het hof de door de rechtbank gebruikte grond uit van de aanstonds volgende bevestiging van het vonnis.
Het hof is, gelet op de conclusie van de psychiater en de reclassering dat een terbeschikkingstelling met voorwaarden een gepasseerd station is alsmede gelet op de recidive tijdens eerdere intensieve behandelingen, de recente veelvuldige recidive en de verwachte noodzakelijke intensieve en langdurige behandeling, van oordeel dat een dwingender behandelkader geboden is. Het hof is dan ook met de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verpleging van overheidswege vereist.
Overweging met betrekking tot het dictum van de beslissing van de rechtbank
De rechtbank heeft weliswaar overwogen dat zij het verzoek tot het aanvragen van nieuwe pro Justitia rapportage afwijst, maar heeft verzuimd deze beslissing expliciet in het dictum op te nemen. Dit is een kennelijke verschrijving en het hof leest de beslissing in die zin verbeterd.
Bevestiging met aanvulling van gronden
Het hof is met in achtneming van het voorgaande van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing, waarvan beroep met overneming en aanvulling van gronden worden bevestigd.
Verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege
Het hof acht het in het licht van de gronden voor omzetting prematuur om de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen en zal het daartoe strekkende verzoek afwijzen.

Beslissing

Het hof:
Bevestigtmet aanvulling van gronden zoals hiervoor is overwogen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 26 mei 2020 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde
[terbeschikkinggeslelde].
Wijst afhet verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Aldus gedaan door
mr. G. Mintjes als voorzitter,
mr. M.E. van Wees en mr. P.C. Vegter als raadsheren,
en drs. A. Vissers en drs. C.J.J.C.M. van Gestel als raden,
in tegenwoordigheid van mr. C.J. Broersma als griffier,
en op 11 februari 2021 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.