ECLI:NL:GHARL:2021:1912
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens gebrek aan bewijs
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel beoordeeld. De betrokkene was reeds veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van hennep, een strafbaar feit volgens de Opiumwet.
Tijdens de terechtzitting en op basis van het strafdossier bleek echter onvoldoende bewijs dat de betrokkene financieel voordeel had genoten uit het bewezen verklaarde handelen of andere strafbare feiten. De advocaat-generaal had de vordering tot ontneming ingediend, maar het hof kon deze niet honoreren vanwege het ontbreken van concrete aanwijzingen.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht door de vordering tot ontneming af te wijzen. Hiermee werd bevestigd dat zonder voldoende bewijs van financieel voordeel geen ontnemingsmaatregel kan worden opgelegd.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.