Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van de moeder tegen beslissingen van de kinderrechter over de uithuisplaatsing en omgang met haar minderjarige zoon. De minderjarige woont sinds 2019 bij pleegouders vanwege een machtiging tot uithuisplaatsing die steeds is verlengd. De moeder wenste dat haar zoon elk weekend zonder begeleiding bij haar zou zijn, wat door de kinderrechter was afgewezen.
Het hof bevestigde dat het in het belang van het kind is dat hij bij de pleegouders blijft wonen. De moeder heeft een lichte verstandelijke beperking waardoor zij onvoldoende in staat is om aan de behoeften van haar zoon te voldoen. De moeder heeft onvoldoende inzicht in haar beperkingen en heeft hulp stopgezet. Daarom is verlenging van de uithuisplaatsing gerechtvaardigd.
Ten aanzien van de omgang stelde het hof vast dat het niet in het belang van het kind is om een omgangsregeling zonder begeleiding vast te stellen. Er is al geruime tijd geen contact en de moeder weigert met de gecertificeerde instelling Samen Veilig te communiceren. Het kind mist het contact met zijn moeder, maar omgang is alleen mogelijk met begeleiding en duidelijke afspraken. Het verzoek van de moeder wordt daarom afgewezen.
Het hof bekrachtigde de beslissingen van de kinderrechter van 13 oktober 2020 en 3 november 2020, waarmee de machtiging tot uithuisplaatsing werd verlengd en het verzoek tot omgang zonder begeleiding werd afgewezen.