Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellante],
De Grooth,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond centraal of De Grooth Vervoer B.V. een nieuwe loondoorbetalingsverplichting had jegens een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer die passende arbeid verrichtte onder de no risk polis van de Ziektewet. De werknemer, die sinds 2013 een WIA-uitkering ontving, werkte aangepast voor 20 uur per week. Na diverse periodes van arbeidsongeschiktheid vorderde zij loonbetaling vanaf februari 2018.
De kantonrechter wees de vorderingen af, stellende dat de aangepaste arbeid niet als bedongen arbeid kon worden beschouwd en dat de loondoorbetalingsverplichting was geëindigd. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de no risk polis niet impliceert dat aangepaste arbeid de bedongen arbeid wordt. De werkgever mag een werknemer niet administratief voor 10% arbeidsongeschikt houden zonder medische gronden om zo een nieuwe loondoorbetalingsverplichting te voorkomen.
Het hof vond dat de aangepaste werkzaamheden onvoldoende vaststonden als bedongen arbeid en dat de werkgever gehouden is passende arbeid aan te bieden binnen de re-integratieverplichting, maar dit staat los van loondoorbetaling. De vorderingen werden afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat er geen nieuwe loondoorbetalingsverplichting bestaat en wijst de vorderingen van de werknemer af.