Uitspraak
de Gemeente,
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze zaak betreft een geschil over de grondreservering van een initiatiefnemer in het gebied Oosterwold, ontwikkeld door de gemeente Almere. De initiatiefnemer had een stip geplaatst op een kavel, maar deze kwam te vervallen omdat een ander eerder een stip had geplaatst. Na een intentieovereenkomst en meerdere afgekeurde ontwikkelplannen stelde de gemeente een ultimatum voor het indienen van een volledig ontwikkelplan.
De voorzieningenrechter oordeelde in februari 2020 dat de gemeente niet vrij stond de grondreservering te beëindigen, mede vanwege een e-mail van de gemeente waarin werd aangegeven dat de behandeling van de aanvraag stil lag in afwachting van een aangekondigde dagvaarding. De gemeente ging in hoger beroep en stelde dat nieuwe ontwikkelingen sinds het vonnis haar niet langer binden tot handhaving van de reservering.
Het hof oordeelde dat de gemeente in november 2019 inderdaad niet vrij was om de grondreservering te beëindigen, maar dat door de nieuwe feiten, waaronder het niet tijdig instellen van een bodemprocedure door de initiatiefnemer na afwijzing van het zesde ontwikkelplan, de gemeente nu wel gerechtigd is de reservering te beëindigen. De vordering van de initiatiefnemer wordt afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter wordt vernietigd, behoudens de proceskostenveroordeling.
De kosten van het hoger beroep worden aan de initiatiefnemer opgelegd. Het arrest is gewezen door mr. M. Willemse, mr. J. Smit en mr. H.M. Fahner en op 2 maart 2021 uitgesproken.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de initiatiefnemer af en staat de gemeente toe de grondreservering te beëindigen.