ECLI:NL:GHARL:2021:2142
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sanctiebeschikking wegens onvoldoende aannemelijkheid reële mogelijkheid staandehouding
De betrokkene kreeg een sanctie van €230 opgelegd voor het niet zoveel mogelijk rechts houden op een weg. De ambtenaar hield de bestuurder niet staande omdat hij onderweg was naar een melding met enige spoed. De betrokkene betwistte dit en stelde dat er wel degelijk een reële mogelijkheid was om staande te worden gehouden, aangezien de ambtenaar 900 meter zonder optische of geluidsignalen achter hem reed.
Het hof oordeelt dat uit de verklaring van de ambtenaren niet blijkt waarom zij geen staandehouding uitvoerden en dat de vermeende spoedeisendheid van de melding onvoldoende aannemelijk is gemaakt. Volgens artikel 5 Wahv Pro dient de bestuurder staande gehouden te worden tenzij er geen reële mogelijkheid is geweest. Omdat die mogelijkheid hier wel aanwezig was, had de sanctie niet aan de kentekenhouder mogen worden opgelegd.
Het hof vernietigt daarom de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking van de officier van justitie. Tevens wordt de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene. Het verzoek om ambtenaren als getuigen op te roepen wordt afgewezen omdat verdere bezwaren niet meer relevant zijn.
Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd omdat onvoldoende aannemelijk is dat er geen reële mogelijkheid was om de bestuurder staande te houden.