ECLI:NL:GHARL:2021:2151
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen beslissing officier van justitie inzake geslotenverklaring Griftdijk
De betrokkene stelde beroep in tegen een sanctie van €95 wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op de Griftdijk in Nijmegen. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de hoorplicht was geschonden omdat hij niet telefonisch kon worden gehoord, ondanks een verzoek daartoe. Het hof oordeelde dat de officier van justitie voldoende gelegenheid had geboden voor een telefonische hoorzitting, maar dat de gemachtigde niet had gereageerd op het verzoek om een telefoonnummer op te geven. Hierdoor kon de hoorzitting op 3 september 2019 in afwezigheid van de gemachtigde plaatsvinden.
Verder betoogde de gemachtigde dat de bewijsvoering onvoldoende was, omdat de bebording niet zichtbaar was op foto's en schouwrapporten ontbraken, en dat de bevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar beperkt was. Het hof stelde vast dat de boa bevoegd was binnen het domein openbare ruimte en dat het verkeersbesluit ter verbetering van leefbaarheid en verkeersveiligheid gold. Proces-verbaal van schouw bevestigde dat de bebording duidelijk zichtbaar was.
Het hof concludeerde dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond had verklaard en bevestigde deze beslissing. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het ongegrond verklaren van het beroep en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.