Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze verhaalsprocedure staat centraal de bijdrage die verzoeker moet leveren aan de kosten van de bijstandsuitkering die de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslȃn verstrekt aan zijn ex-echtgenote, [C]. Het huwelijk tussen verzoeker en [C] werd in 2018 ontbonden, waarbij verzoeker alimentatie betaalt voor hun minderjarige kind. De Dienst verleent sinds 2016 bijstand aan [C] en wenst deze kosten te verhalen op verzoeker tot de grens van zijn onderhoudsplicht.
De rechtbank stelde het verhaalsbedrag vast op circa €399 per maand met ingang van 1 september 2018. Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep met vijf grieven, onder meer over de ingangsdatum, de behoefte en behoeftigheid van [C], zijn draagkracht en de bevoegdheid van de Dienst tot verhaal. De Dienst wijzigde haar verzoek tot verlaging van het verhaalsbedrag naar €319,54 per maand.
Het hof oordeelt dat de ingangsdatum van 1 september 2018 juist is, omdat de Dienst tijdig en duidelijk heeft gehandeld. De behoefte van [C] wordt vastgesteld op basis van de hofnorm, en haar behoeftigheid wordt bevestigd gezien haar beperkte arbeidsmarktpositie en het door de Dienst ingezette traject om haar kansen te verbeteren. Verzoekers draagkracht wordt berekend op €251 per maand, rekening houdend met zorgkosten voor het kind. De bevoegdheid van de Dienst tot verhaal wordt bevestigd, waarbij een jusvergelijking niet opgaat in deze situatie.
Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en bepaalt dat verzoeker vanaf 1 september 2018 tot 1 januari 2021 €251 per maand aan de Dienst dient te betalen als bijdrage in de kosten van de bijstandsuitkering voor [C]. Het overige wordt afgewezen.
Uitkomst: Verzoeker moet vanaf 1 september 2018 tot 1 januari 2021 €251 per maand betalen als verhaalsbijdrage aan de Dienst.