ECLI:NL:GHARL:2021:2174
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Tussenbeschikking
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning en gerechtelijke vaststelling vaderschap wegens strijdigheid termijn met artikel 8 EVRM
De man, geboren in 1978, werd in 1988 erkend door [C], die niet zijn biologische vader bleek te zijn. Na een DNA-onderzoek in 2016 werd vastgesteld dat [D] zijn biologische vader is. De man verzocht de rechtbank om de erkenning door [C] te vernietigen en het vaderschap van [D] vast te stellen. De rechtbank verklaarde hem niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de wettelijke termijn van drie jaar na bekendwording van het feit dat [C] niet zijn biologische vader is.
In hoger beroep oordeelt het hof dat het vasthouden aan deze termijn in dit geval een ongerechtvaardigde inmenging vormt in het familie- en gezinsleven van de man zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro. De man leed onder traumatische ervaringen met [C] en wilde de juridische banden verbreken en zijn achternaam wijzigen. Het hof acht de man ontvankelijk en vernietigt de erkenning door [C].
Het hof wijst het verzoek tot vernietiging van de erkenning toe en stelt de moeder en overige belanghebbenden in de gelegenheid om binnen zes weken een verweerschrift in te dienen over de resterende verzoeken tot vaststelling van het vaderschap en naamswijziging. De verdere behandeling wordt aangehouden en kan schriftelijk plaatsvinden. De beslissing is genomen door drie raadsheren en uitgesproken op 4 maart 2021.
Uitkomst: Het hof vernietigt de erkenning door de juridische vader en staat het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de biologische vader toe.