ECLI:NL:GHARL:2021:2321

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 maart 2021
Publicatiedatum
9 maart 2021
Zaaknummer
200.284.262/02
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 133 lid 4 RvArt. 251 lid 1 en 4 RvArt. 353 RvArt. 123 lid 2 RvArt. 8.3 Lpr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep doorgehaald wegens ontbreken advocaat, zaak verwezen voor nieuwe rol

Appellanten zijn in hoger beroep gekomen tegen het eindvonnis van de kantonrechter. Tijdens de procedure heeft de advocaat van appellanten zich onttrokken, waarna geen nieuwe advocaat is gesteld. Hierdoor is de zaak ambtshalve door het hof doorgehaald.

Geïntimeerde heeft vervolgens verzocht om verval van instantie of ontslag van instantie, maar deze verzoeken zijn afgewezen omdat niet aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Het hof stelt dat de mogelijkheid tot het nemen van een memorie van grieven nog niet is vervallen.

Daarom verwijst het hof de zaak naar een nieuwe roldatum, waarop appellanten een advocaat moeten stellen en een memorie van grieven moeten nemen of uitstel daarvoor moeten vragen. Indien appellanten hierin niet slagen, zal het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing. Dit arrest is gewezen door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 9 maart 2021.

Uitkomst: Hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard indien appellanten geen advocaat stellen en geen memorie van grieven nemen; zaak verwezen voor nieuwe roldatum.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.284.262/02
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 7949550)
arrest van 9 maart 2021
in de zaak van

1.[appellant] , en

2.
[appellante],
die wonen in [A] ,
appellanten,
bij de rechtbank: gedaagden in conventie, eisers in reconventie,
hierna:
[appellanten] c.s.,
advocaat: voorheen mr. N.E. van Uitert, die kantoor houdt in Drachten en die zich heeft onttrokken,
tegen
[geïntimeerde],
die woont in [B] ,
geïntimeerde,
bij de rechtbank: eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
hierna:
[geïntimeerde],
advocaat: mr. K. Dijks-Bouwknegt, die kantoor houdt in Zwolle.

1.De procedure bij de rechtbank

1.1
Hoe de procedure bij de rechtbank is verlopen, blijkt uit het tussenvonnis van 3 september 2019 en het eindvonnis van 12 mei 2020 van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden (hierna: de kantonrechter).

2.De procedure in hoger beroep

2.1
[appellanten] c.s. hebben bij exploot van 6 augustus 2020 aangezegd in hoger beroep te komen van het eindvonnis van 12 mei 2020, voor zover gewezen in conventie, met dagvaarding van [geïntimeerde] voor dit hof.
2.2
De zaak is aangebracht op de rol van 13 oktober 2020 en geregistreerd onder nummer 200.284.262/01. Mr. Dijks-Bouwknegt heeft zich op die datum gesteld voor [geïntimeerde] . De zaak is geselecteerd voor mondelinge behandeling na aanbrengen en is verwezen naar de rol van 27 oktober 2020 voor opgave verhinderdata en voor het overleggen van het procesdossier van de eerste aanleg door [appellanten] c.s.
2.3
Op de rol van 27 oktober 2020 heeft mr. Van Uitert zich onttrokken aan de zaak. Zij heeft haar cliënten schriftelijk gewezen op de gevolgen daarvan.
2.4
Voor het opnieuw stellen van een advocaat is aan [appellanten] c.s. tweemaal twee weken uitstel verleend, laatstelijk tot 24 november 2020.
2.5
Op de rol van 24 november 2020 heeft zich voor [appellanten] c.s. geen nieuwe advocaat gesteld. Van [geïntimeerde] is geen instructie ontvangen, zodat de zaak met nummer 200.284.262/01 door het hof ambtshalve is doorgehaald op die rol.
2.6
Namens [geïntimeerde] heeft mr. Dijks-Bouwknegt een brief gestuurd aan [appellanten] c.s., gedateerd op 7 januari 2021. In de brief worden [appellanten] c.s. opgeroepen om op de rol van 2 februari 2021 advocaat te stellen en alsnog verhinderdata op te geven. Doen zij dat niet, dan zal [geïntimeerde] verval van instantie vragen. Bij exploot van 8 januari 2021 is deze brief aan [appellanten] c.s. betekend.
2.7
Op verzoek van [geïntimeerde] is de zaak op de rol van 2 februari 2021 heropend met toepassing van art. 8.3 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (Lpr, 11e versie). De heropende zaak is geregistreerd onder nummer 200.284.262/02. Er heeft zich op die datum geen advocaat gesteld voor [appellanten] c.s. [geïntimeerde] heeft gevraagd om bij arrest te worden ontslagen van de instantie.
2.8
Arrest is bepaald op heden, te wijzen op het griffiedossier.

3.De beoordeling

3.1
In art. 133 lid 4 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (dat geldt in geval van niet-digitaal procederen, hierna: Rv) is bepaald dat het recht vervalt om een bepaalde proceshandeling te verrichten als de daarvoor gestelde termijn is verlopen en daarvoor ook geen uitstel kan worden verkregen. Op grond van art. 353 Rv Pro is deze bepaling ook in hoger beroep van kracht.
3.2
Aangezien zich namens [appellanten] c.s. op 2 februari 2021 geen nieuwe advocaat heeft gesteld, hebben [appellanten] c.s. op die roldatum niet (alsnog) verhinderdata opgegeven en het procesdossier van de eerste aanleg overgelegd. Evenmin hebben zij op die roldatum een memorie van grieven genomen.
3.3
Het verzoek van [geïntimeerde] om van de instantie te worden ontslagen (zie 2.7), is niet toewijsbaar. Op de eerst dienende dag heeft zich voor [appellanten] c.s. immers wel een advocaat gesteld, te weten mr. Van Uitert. Art. 123 lid 2 Rv Pro is daarom niet van toepassing.
3.4
Voor zover het verzoek van [geïntimeerde] moet worden begrepen als een verzoek om toepassing te geven aan art. 251 Rv Pro (verval van instantie), is het evenmin toewijsbaar. Voor een arrest waarbij de instantie vervallen wordt verklaard conform art. 251 lid 4 Rv Pro, is onder meer vereist dat een proceshandeling langer dan twaalf maanden niet is verricht (art. 251 lid 1 Rv Pro). Daarvan is in dit geval geen sprake.
3.5
Aangezien de mogelijkheid tot het nemen van grieven nog niet is komen te vervallen, omdat [appellanten] c.s. daartoe formeel nog niet op de rol in de gelegenheid zijn gesteld, zal het hof de zaak naar de rol van over 14 dagen verwijzen voor het stellen van advocaat door [appellanten] c.s. en het nemen van de memorie van grieven, dan wel het verzoeken van uitstel daartoe. Indien zich op die rol niemand voor [appellanten] c.s. stelt, zal het hof arrest wijzen waarbij [appellanten] c.s. in hun hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard omdat geen memorie van grieven is genomen.
3.6
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
verwijst de zaak naar de rol van
dinsdag 23 maart 2021voor het opnieuw stellen van een advocaat én het nemen van de memorie van grieven door [appellanten] c.s., ambtshalve peremptoir;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, M.W. Zandbergen en J. Smit, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 9 maart 2021.