Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland waarin verdachte was veroordeeld voor poging tot zware mishandeling. De rechtbank had een gevangenisstraf van zeven maanden opgelegd, waarvan zes maanden tenuitvoerlegging met verlenging van de proeftijd.
Het hof bevestigde de bewezenverklaring van het feit, maar vernietigde de strafoplegging en legde een lagere gevangenisstraf van vijf maanden op, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest had doorgebracht. De straf is passend geacht gezien de ernst van het feit, de gevolgen voor het slachtoffer en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Daarnaast werd de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding van €1.240,00 toegewezen, bestaande uit materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het incident. Ook werden proceskosten voor reiskosten van €73,44 toegewezen. Tevens werd gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf gelast en de proeftijd verlengd.
Het hof nam mee dat verdachte eerder was veroordeeld voor geweldsdelicten en dat het feit kort na zijn vrijlating en tijdens proeftijd plaatsvond. Verdachte ontkende het delict en nam geen verantwoordelijkheid, wat negatief werd meegewogen. De straf en maatregelen weerspiegelen de ernst en maatschappelijke impact van het geweldsdelict.