ECLI:NL:GHARL:2021:2490
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling woonhuis na echtscheiding met onbekende verblijfplaats deelgenoot
De vrouw en de man waren gehuwd in wettelijke gemeenschap van goederen, met een woonhuis dat tot de ontbonden gemeenschap behoorde. Na ontbinding van het huwelijk vorderde de vrouw in eerste aanleg de overdracht van het aandeel van de man in het woonhuis, maar de rechtbank wees deze vordering af omdat de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap niet was gevorderd.
In hoger beroep vordert de vrouw alsnog de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, met toewijzing van het woonhuis aan haar en veroordeling van de man tot medewerking aan de levering van zijn aandeel. De man is niet verschenen en verstek is verleend.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is, ondanks de onbekende verblijfplaats van de man in Nigeria. De vordering van de vrouw is niet ongegrond of onrechtmatig en wordt toegewezen. Het arrest kan in de plaats treden van een notariële akte indien de man niet meewerkt. De vordering tot toewijzing van de verkoopopbrengst aan de vrouw wordt afgewezen omdat zij na verdeling de enige rechthebbende is.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en doet opnieuw recht, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot verdeling van het woonhuis toe en veroordeelt de man tot medewerking aan levering van zijn aandeel, met vervangende werking van het arrest bij weigering.