Uitspraak
Beukenhorst.
1.V.O.F. [geïntimeerde1] (h.o.d.n. De Kosterij),
[geïntimeerde2],
[geïntimeerde3],
De Kosterij c.s.,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak vordert Koffiebranderij Beukenhorst BV een vergoeding voor het gebruik van koffiemachines die zij aan De Kosterij had geleverd onder een huurkoopovereenkomst. De Kosterij had de koffiemachines gekocht met inruil van gebruikte machines en zou de koopprijs in termijnen betalen. Na het stoppen van de exploitatie nam Beukenhorst de machines terug en bracht een gebruiksvergoeding in rekening.
De kantonrechter wees de vordering van Beukenhorst af en kende de tegenvordering van De Kosterij toe. In hoger beroep stond centraal of verrekening van de gebruiksvergoeding mogelijk was en of Beukenhorst zich mocht beroepen op een afspraak die nadelig was voor de kredietnemer.
Het hof bevestigde dat artikel 7:92 BW Pro dwingend recht is en dat van de verrekeningsregel niet ten nadele van de kredietnemer kan worden afgeweken. Beukenhorst kon haar stellingen omtrent de waarde van de ingeruilde machines onvoldoende onderbouwen, terwijl De Kosterij aannemelijk maakte dat zij door de gebruiksvergoeding werd benadeeld.
De subsidiaire vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking faalde eveneens wegens gebrek aan onderbouwing. De tegenvordering van De Kosterij werd afgewezen vanwege onvoldoende bewijs. Het hof vernietigde het vonnis in reconventie en veroordeelde Beukenhorst in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van Beukenhorst tot gebruiksvergoeding wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.