Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
[verweerder] Bewindvoerders,
2 Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift, ingekomen op 25 mei 2020;
- het verweerschrift met productie.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 12 januari 2021 uitspraak gedaan over het hoger beroep van verzoeker tegen de afwijzing van zijn verzoek tot ontslag van de bewindvoerder [verweerder]. De kantonrechter had het verzoek eerder afgewezen. Verzoeker stelde dat de bewindvoerder zijn taken niet naar behoren uitvoerde, waaronder het niet tijdig betalen van tandartsrekeningen, het niet beschikbaar stellen van gelden voor rijbewijsverlenging en het niet tijdig accorderen van bijzondere bijstand.
De communicatie tussen verzoeker en bewindvoerder verliep uiterst moeizaam, mede doordat verzoeker geen computer heeft en niet in staat is schriftelijk in het Nederlands te communiceren. De bewindvoerder heeft deze klachten niet betwist. Het hof oordeelde dat er voldoende gewichtige redenen zijn voor ontslag van de bewindvoerder op grond van artikel 1:448 lid 2 BW Pro.
Het hof verleent daarom met ingang van 1 februari 2021 ontslag aan de bewindvoerder en benoemt Stichting [belanghebbende1] tot opvolgend bewindvoerder, conform de uitdrukkelijke voorkeur van verzoeker. De beschikking van de kantonrechter wordt vernietigd en het verzoek van verzoeker wordt alsnog toegewezen. Proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het hof verleent ontslag aan de bewindvoerder wegens gewichtige redenen en benoemt de door verzoeker gewenste opvolgend bewindvoerder.