Op 18 februari 2018 reed verdachte onder invloed van een forse hoeveelheid alcohol met circa 60 km/u over een smalle en onverlichte weg. Hij merkte twee voetgangers, die in dezelfde richting liepen en goed verlicht waren, niet op en reed hen van achteren aan zonder te remmen of snelheid te minderen. Eén van de voetgangers liep zwaar lichamelijk letsel op, waaronder meerdere botbreuken en een gekneusde long.
Verdachte werd vervolgd voor roekeloos rijden onder invloed met zwaar lichamelijk letsel en een overtreding van de Wegenverkeerswet. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht. Het bewijs was overtuigend, onder meer door het alcoholgehalte van 850 microgram per liter uitgeademde lucht, bijna viermaal de wettelijke limiet.
De strafoplegging hield rekening met de ernst van het feit, de gevolgen voor de slachtoffers en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn spijtbetuiging en de impact op zijn gezin en werk. Het hof legde een gevangenisstraf van 3 maanden en een rijontzegging van 2 jaar op, met aftrek van de periode dat het rijbewijs was ingevorderd.
De advocaat-generaal had een zwaardere straf geëist conform de LOVS-oriëntatiepunten, maar het hof benadrukte dat deze niet bindend zijn en dat strafmaat zorgvuldig moet worden afgestemd op alle omstandigheden van het geval.