Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
fl.900.000,-. Partijen zijn ieder voor de onverdeelde helft eigenaar. Voor de financiering van de aanschaf is een hypothecaire geldlening aangegaan bij [de bank1] onder nummer [nummer1] , waarop is afgelost. Op dit moment is er nog een bedrag verschuldigd van € 263.595,-. De man woont in de woning in [woonplaats1] .
3.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
- rekening en verantwoording af te leggen over het door de vrouw gevoerde beleid en beheer vanaf 19 februari 2017 tot op de dag dat de ontbonden vof is vereffend en verdeeld;
- betaling van een door een deskundige vast te stellen bedrag door de vrouw aan de man, verschuldigd voor de door de man ingebrachte goodwill;
- tot betaling van een bedrag van € 41.731,-, het kapitaal dat de man ultimo 2013 in de onderneming hield;
- aan de man te voldoen, al dan niet in de vorm van loon, een bedrag gelijk aan 60% van de winst die de onderneming voorheen geheten [naam1] , heeft gegenereerd vanaf 1 januari 2014 tot op de dag dat de ontbonden vennootschap onder firma is vereffend en verdeeld, welk winstaandeel zal worden vastgesteld door een door het hof te benoemen deskundige en met inachtneming van de loonbetalingen die de man reeds heeft ontvangen;
- betaling aan de man van een schadevergoeding c.q. schadeloosstelling te voldoen wegens de onrechtmatige en/of in strijd met de redelijkheid en billijkheid gedane beëindiging c.q. wijziging c.q. opzegging van de nadere (stilzwijgende) overeenkomst tussen partijen zoals in de memorie van grieven in het incidenteel hoger beroep uiteengezet;
- rekening en verantwoording af te leggen over het door de vrouw gevoerde beleid en beheer vanaf 19 februari 2017 tot op de dag dat de ontbonden vof is vereffend en verdeeld;
- betaling van een door een deskundige vast te stellen bedrag door de vrouw aan de man, verschuldigd voor de door de man ingebrachte goodwill;
- tot betaling van een bedrag van € 41.731,-, het kapitaal dat de man ultimo 2013 in de onderneming hield;
- aan de man te voldoen, al dan niet in de vorm van loon, een bedrag gelijk aan 60% van de winst die de onderneming voorheen geheten [naam1] , heeft gegenereerd vanaf 1 januari 2014 tot op de dag dat de ontbonden vennootschap onder firma is vereffend en verdeeld, welk winstaandeel zal worden vastgesteld door een door het hof te benoemen deskundige en met inachtneming van de loonbetalingen die de man reeds heeft ontvangen;
- betaling aan de man van een schadevergoeding c.q. schadeloosstelling te voldoen wegens de onrechtmatige en/of in strijd met de redelijkheid en billijkheid gedane beëindiging c.q. wijziging c.q. opzegging van de nadere (stilzwijgende) overeenkomst tussen partijen zoals in de memorie van grieven in het incidenteel hoger beroep uiteengezet;
fl50.000,-.
fl50.000,-/€ 22.689,-. Totaal heeft de man aantoonbaar € 90.689,- uit eigen middelen in de woning geïnvesteerd. Voorts heeft de man gesteld en aangetoond dat op 9 april 2006 een aflossing van € 8.740,- is gedaan. Daarvan kan het hof niet vaststellen dat die aflossing slechts is verricht met eigen middelen van de man. De vrouw was in 2006 inmiddels medevennoot. Niet uit te sluiten valt dat deze aflossing met gemeenschappelijke middelen in de verhouding 60/40 zijn verricht. Alsdan heeft de vrouw in 2006 een aflossing verricht van € 3.496,- en de man € 5.244,-. Vorenstaande leidt ertoe dat aan de man een nominaal vergoedingsrecht op de gemeenschap toekomt van € 95.933,- en de vrouw van € 3.496,-. De overwaarde van de woning is € 111.405,-, zodat tussen partijen moet worden gedeeld € 11.976,-. De man moet de helft van dat bedrag € 5.988,- aan de vrouw vergoeden, te vermeerderen met de investering van de vrouw van € 3.496,-, aldus € 9.484,-. In zoverre slaagt de grief van de man.