De stichting Syanora vorderde herroeping van het arrest van 13 januari 2015, stellende dat dit arrest was gebaseerd op bedrog en het achterhouden van stukken van beslissende aard door de curatoren in het faillissement van Jachtstaete B.V. De stichting stelde dat zij sinds 10 april 2018 beschikte over bewijsstukken die een complot en valsheid in geschrift aantonen, en dat de curatoren bewust informatie hadden achtergehouden.
Het hof oordeelde dat de stichting niet-ontvankelijk was in haar vordering tegen een van de curatoren omdat deze geen curator meer was ten tijde van de vordering. Verder stelde het hof vast dat de stukken waarop de stichting haar vordering baseerde vervalst waren en door [A] waren gebruikt terwijl hij wist van de vervalsing, hetgeen was vastgesteld in een strafvonnis van 20 oktober 2020. De stichting had dit verweer niet inhoudelijk weerlegd.
Het hof verwierp het verzoek tot aanhouding van de procedure in afwachting van het hoger beroep in de strafzaak, gelet op proceseconomie en het belang van tijdige rechtszekerheid voor de curatoren. Ook de authenticiteit van overgelegde notulen werd gemotiveerd betwist en niet als beslissend aangemerkt.
De vordering tot herroeping werd daarom als ongegrond afgewezen. De stichting werd veroordeeld in de volledige proceskosten, waaronder griffierecht, advocaatkosten en nakosten, wegens misbruik van procesrecht en onrechtmatig procederen.