ECLI:NL:GHARL:2021:2813

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 maart 2021
Publicatiedatum
24 maart 2021
Zaaknummer
Wahv 200.257.912/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 11 WahvArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking rijden door rood wegens onvoldoende bewijs

De betrokkene werd door de officier van justitie gesanctioneerd voor het niet stoppen voor een rood verkeerslicht op 15 december 2017 te Rotterdam. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

In hoger beroep betwistte de gemachtigde van de betrokkene dat de overtreding had plaatsgevonden. Het hof beoordeelde de beschikbare foto’s waarop het voertuig zichtbaar was met brandende remlichten en nauwelijks verplaatst tussen twee opnames met een interval van één seconde. Uit de foto’s bleek niet dat het voertuig de stopstreep of het rode verkeerslicht daadwerkelijk was gepasseerd.

Het hof oordeelde dat de gedraging niet voldoende vaststond en vernietigde de sanctiebeschikking. Tevens wees het hof proceskosten toe aan de betrokkene, waarbij rekening werd gehouden met de zwaarte van de zaak en de inspanningen van de gemachtigde. De advocaat-generaal werd veroordeeld tot vergoeding van € 1.201,50 aan proceskosten.

Uitkomst: De sanctiebeschikking voor rijden door rood wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.257.912/01
CJIB-nummer
: 213153061
Uitspraak d.d.
: 24 maart 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 20 februari 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is B. de Jong LLB., kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De advocaat-generaal heeft wel aanvullende stukken overgelegd. Deze zijn (in kopie) gestuurd naar de gemachtigde van de betrokkene, waarbij de gemachtigde de gelegenheid heeft gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 15 december 2017 om 17.44 uur op de S109 Hoofdweg in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
2. De gemachtigde betwist dat de gedraging is verricht. Op basis van de foto’s kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De foto’s zijn zeer donker en daaruit kunnen geenszins conclusies worden getrokken, aldus de gemachtigde.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De overtreding is met roodlichtapparatuur geautomatiseerd op twee digitale foto’s vastgelegd.
Foto 1: Het betreffende voertuig activeert de radardetectie of de lus achter de stopstreep van het rode verkeerslicht. Op het moment van constatering brandde het rode licht reeds 0,5 seconden.
Foto 2: Circa een seconde later. Op foto 2 is duidelijk te zien dat het voertuig verder is gereden.”
5. In het dossier bevinden zich twee foto's van de gedraging. De door de advocaat-generaal overgelegde foto’s zijn iets lichter dan de eerder in het dossier aanwezige foto’s, maar deze foto’s zijn nog steeds donker. Op de eerste foto is het voertuig van de betrokkene te zien, terwijl het zich nog in zijn geheel vóór de stopstreep en het (rood licht uitstralende) verkeerslicht bevindt. De remlichten van het voertuig lichten op.
Op de tweede foto, die 1 seconde later is genomen, is te zien dat het voertuig zich nauwelijks heeft verplaatst. De remlichten van het voertuig zijn nog steeds opgelicht. De voorwielen van het voertuig staan mogelijk net op of voorbij de stopstreep. Het verkeerslicht bevindt zich op korte afstand na de stopstreep.
6. Op grond van de stukken in het dossier kan niet worden vastgesteld dat het voertuig van de betrokkene het rode verkeerslicht is gepasseerd. Daarom kan de inleidende beschikking niet in stand blijven.
7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en het verschijnen ter zitting bij de kantonrechter dienen in totaal vier procespunten te worden toegekend. Ook aan het telefonisch horen dient één punt te worden toegekend. Gelet op de door de gemachtigde geleverde inspanning zal het hof met gebruikmaking van de matigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, het voor het horen door de officier van justitie toegekende punt halveren. De waarde per punt bedraagt € 534,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.201,50.
8. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 1.201,50.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.