ECLI:NL:GHARL:2021:2822

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 maart 2021
Publicatiedatum
24 maart 2021
Zaaknummer
Wahv 200.269.304/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 Wahv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctiebeschikking rijden door rood licht vernietigd wegens onvoldoende bewijs

De betrokkene kreeg een sanctie van €240 opgelegd voor het niet stoppen voor een rood verkeerslicht op 28 februari 2019. De gemachtigde ontkende de gedraging en stelde dat het verkeerslicht mogelijk niet goed functioneerde. Op de foto's was niet duidelijk zichtbaar dat het verkeerslicht voor de rijrichting van de betrokkene rood was, terwijl het voor andere richtingen wel rood leek.

De advocaat-generaal stelde dat het verkeerslicht wel rood was en dat flitspalen alleen foto's maken bij rood licht. Ook werd een logboek overgelegd waaruit bleek dat het verkeerslicht normaal functioneerde. Het hof oordeelde echter dat deze informatie onvoldoende bewijs leverde dat het rode licht daadwerkelijk brandde op het moment van de overtreding.

Gezien het tijdsverloop en de onduidelijkheid over het verkeerslicht achtte het hof het niet opportuun om nadere informatie te vragen. Daarom vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het beroep gegrond, waarbij de sanctiebeschikking werd vernietigd en het door de betrokkene gestelde zekerheidsbedrag werd gerestitueerd.

Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de sanctiebeschikking en verklaart het beroep gegrond wegens onvoldoende bewijs dat het verkeerslicht rood was.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.269.304/01
CJIB-nummer
: 223941485
Uitspraak d.d.
: 24 maart 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 28 oktober 2019, betreffende

[de betrokkene] B.V.(hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is E.J.M. Klomp, kantoorhoudende te Benschop.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “Niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 februari 2019 om 11:56 uur op de N204, M.A. Reinaldaweg kruising Benedeneind Zuidzijde, in Benschop met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .
2. De gemachtigde, die ten tijde van de gedraging de bestuurder van het voortuig met voormeld kenteken was, ontkent stellig dat de gedraging zou zijn verricht. De gemachtigde voert daartoe aan het verkeerslicht klaarblijkelijk niet (goed) functioneerde. Op de foto’s van de gedraging is in elk geval niet te zien dat het verkeerslicht voor de richting waarin hij, de gemachtigde, reed op rood stond, terwijl wel duidelijk is te zien dat het verkeerslicht voor de andere richtingen groen was.
3. De advocaat-generaal heeft naar aanleiding van het verweer van de gemachtigde een kleurenprint van de foto’s ingebracht. De advocaat-generaal stelt dat op de tweede foto weliswaar vaag maar toch is te zien dat dat verkeerslicht op rood stond. Voorts voert de advocaat-generaal aan dat er in beginsel van dient te worden uitgegaan dat de technische instelling van flitspalen zodanig is dat alleen foto’s worden gemaakt als het betreffende verkeerslicht op rood stond. Bovendien heeft de advocaat-generaal nadere informatie opgevraagd bij het CJIB over de werking van dit verkeerslicht. Dat heeft hem bericht dat er een log is waaruit blijkt dat het verkeerslicht op die dag normaal functioneerde en dat de verkeersinstallatie is uitgerust met roodlichtbewaking, dat wil zeggen dat de hele installatie gaat knipperen als de enige of laatste rode lamp voor een bepaalde richting is uitgevallen. De advocaat-generaal vindt dan ook dat voldoende vaststaat dat de gedraging is verricht.
4. Gelet op het verweer van de gemachtigde is bij het hof gerede twijfel ontstaan of de gedraging is verricht. Het hof neemt daartoe in aanmerking dat, anders dan de advocaat-generaal stelt, op de foto’s van de gedraging in het geheel niet is te zien dat het betreffende verkeerslicht rood licht uitstraalt, terwijl andere lichten van die installatie wel zichtbaar licht uitstralen. Het ligt dan op de weg van het openbaar ministerie om zodanige informatie over te leggen dat op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat het verkeerslicht rood licht uitstraalde. Daarin is de advocaat-generaal niet geslaagd. Uit het log(boek) dat het CJIB heeft verschaft en dat de advocaat-generaal heeft overgelegd blijkt wellicht, er van uitgaande dat het betrekking heeft op de onderhavige verkeersinstallatie en datum, dat de cyclus van de verkeerslichtinstallatie juist is weergegeven, maar niet dat het (rode) licht daadwerkelijk brandde. De stelling dat de verkeersinstallatie is uitgerust met roodlichtbewaking leidt niet tot een andere conclusie.
5. Het hof acht het in deze fase van de procedure, mede gelet op het tijdsverloop na de pleegdatum, niet aangewezen om de advocaat-generaal te verzoeken meer nadere informatie in het geding te brengen. Derhalve kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
6. Het voorgaande leidt er toe dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal vernietigen, en doen wat de kantonrechter had behoren te doen, namelijk het beroep gegrond verklaren en zowel de beslissing van de officier van justitie als de inleidende beschikking vernietigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is verhinderd te ondertekenen.