ECLI:NL:GHARL:2021:2891
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep strafzaak
De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter van 19 december 2019. Tijdens de terechtzitting van 12 maart 2021 heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep.
Het hof heeft overwogen dat de verdachte geen bezwaren heeft opgegeven tegen het vonnis en dat er geen redenen zijn om de zaak inhoudelijk te behandelen. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaart het hof de verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 26 maart 2021, waarbij mr. J. Dolfing voorzitter was, samen met mr. M.B. de Wit en mr. G. Souer als raadsheren. De griffier was mr. J. Brink. Mr. G. Souer kon het arrest niet medeondertekenen wegens afwezigheid.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.