ECLI:NL:GHARL:2021:291

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 januari 2021
Publicatiedatum
12 januari 2021
Zaaknummer
Wahv 200.260.433/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie parkeerboete gehandicaptenparkeerplaats ondanks vermeend gedoogbeleid

In hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter inzake een parkeerboete op een gehandicaptenparkeerplaats heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de beslissing van de rechtbank bevestigd.

De betrokkene stelde dat er sprake was van een gedoogbeleid omdat politievoertuigen soms zonder sanctie voorbijrijden en taxi’s ongestoord blijven staan. Het hof oordeelde dat het enkele feit dat politie niet altijd handhaaft niet leidt tot een bestendige gedragslijn waarop de betrokkene mocht vertrouwen.

De ambtenaar verklaarde dat er geen gedoogbeleid bestaat en dat er wel degelijk gehandhaafd wordt, mede gelet op de beperkte beschikbare taxistandplaatsen in de omgeving. De sanctie werd daarom terecht opgelegd en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Het arrest werd gewezen door mr. Sekeris en uitgesproken op een openbare zitting.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete voor parkeren op de gehandicaptenparkeerplaats en wijst het beroep af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.260.433/01
CJIB-nummer
: 217174635
Uitspraak d.d.
: 12 januari 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 18 maart 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is R.A. Goemmatov, kantoorhoudende te 's-Gravenhage.

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 27 februari 2020 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

De advocaat-generaal heeft in reactie op het verzoek van het hof zoals gedaan in het tussenarrest nadere informatie toegestuurd.
De gemachtigde van de betrokkene heeft daarop gereageerd.

De beoordeling

1. In reactie op de vragen van het hof verklaart de verbaliserend ambtenaar in een aanvullend proces-verbaal onder meer:
“Naar aanleiding van de vraag van het hof of er gehandhaafd wordt op het parkeren op de invalidenparkeerplaats op het Plein te ’s-Gravenhage, kan ik u vertellen dat er geen gedoogbeleid bestaat omtrent het parkeren op de invalidenparkeerplaats. Ik kan niet voor alle collega’s spreken, maar er wordt wel degelijk gehandhaafd. Het kan zijn dat op de videobeelden die door gemachtigde zijn getoond, desbetreffende politievoertuigen naar een incident toereden, waardoor er niet is gekeken naar de geparkeerde voertuigen op de invalidenparkeerplaats. Tevens zijn er op het Plein een 11-tal plaatsen ingericht als opstelplaats voor taxi’s. Dit betreft het gedeelte op het Plein voor de ingang van de Tweede Kamer. Ik doe als bijlage een foto van het bord waarop staat dat er 11 taxi’s mogen staan op de taxi opstelplaats.
Ik kan u als verbalisant tevens mededelen dat er 938 vergunningen zijn uitgedeeld door de gemeente ’s-Gravenhage en dat er maar iets van 200 beschikbare plaatsen in de gemeente zijn, waar taxi’s zich kunnen opstellen.
Dit is mij verbalisant verteld door een taxichauffeur die ook bij de gemeente ’s-Gravenhage werkt. Dit geeft al aan dat er teveel vergunningen zijn uitgegeven voor de beschikbare plaatsen.”
2. Bij het proces-verbaal bevindt zich een foto van een bord waarop staat: “Taxi opstelplaats
vr 01.00-06.00 h, vr t/m za 22.00-06.00 h, za t/m zo 22.00 – 06.00 h, max 11 auto’s.”
3. De gemachtigde voert aan dat de ambtenaar wederom niet inzichtelijk heeft gemaakt waarom opeens een sanctie is opgelegd, terwijl er al jaren van dezelfde verkeerssituatie en omstandigheden sprake is. De gemachtigde wijst er ook weer op dat de voortuigen van de politie die op de beelden te zien zijn rustig voorbijrijden of zelfs stilstaan, maar de taxi’s onberoerd laten. Daarnaast betwist de betrokkene niet dat er taxiplaatsen zijn, maar hij herhaalt dat er al jaren lang meer dan 11 taxi’s gedoogd worden om het rondhangende publiek zo snel mogelijk af te voeren.
4. In wat de gemachtigde heeft aangevoerd ziet het hof geen aanleiding om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. Er kan dan ook worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Dat de betrokkene niet ter plaatse heeft geparkeerd maar van die plek gebruik heeft gemaakt om uit te wijken is niet aannemelijk gemaakt.
5. Naar oordeel van het hof zijn er geen omstandigheden die maken dat de sanctie moet worden gematigd of achterwege moet blijven. Gelet op de aanvullende informatie kan niet worden gezegd dat sprake is van een bestendige gedragslijn waaraan de betrokkene vertrouwen mocht ontlenen. In de aanvullende informatie benadrukt de ambtenaar dat er geen gedoogbeleid is en er wel gehandhaafd wordt. Dat de betrokkene beelden heeft van politie die niet optreedt, wijst niet op voorhand op een vastgesteld gedoogbeleid of bestendige gedragslijn. Een ambtenaar heeft een
discretionaire bevoegdheid om al dan niet handhavend op te treden bij constatering van een gedraging. Indien door ambtenaren - mogelijk meermaals, zoals de gemachtigde onder verwijzing naar beeldmateriaal heeft gesteld – niet wordt opgetreden tegen parkeerovertredingen, brengt dit niet met zich mee dat de betrokkene erop mag vertrouwen dat ook hij gevrijwaard blijft van een sanctie. De gemachtigde voert daarnaast weliswaar aan dat de taxi’s daar zouden staan in verband met de afvoer van uitgaanspubliek, maar uit de informatie van de ambtenaar blijkt dat vlakbij de locatie waar de betrokkene stond in de nachtelijke uren een taxistandplaats is waar 11 taxi’s mogen staan. Dit betekent dus dat het niet zo is dat er geen afvoer van uitgaanspubliek meer mogelijk is, wanneer het parkeren van een taxi op een gehandicaptenparkeerplaats gehandhaafd wordt.
6. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.