Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder oefent het ouderlijk gezag uit over haar minderjarige kind, dat onder toezicht is gesteld door de kinderrechter. De kinderrechter had de ondertoezichtstelling verlengd tot 18 oktober 2021. De moeder stelde hoger beroep in tegen deze verlenging en formuleerde slechts één grief, die betrekking had op het niet horen van haar in eerste aanleg.
Het hof overweegt dat de grief procedureel van aard is en dat het hoger beroep mede dient om procedurele gebreken te herstellen. Echter, de moeder heeft nagelaten inhoudelijke grieven tegen de bestreden beschikking te formuleren in haar beroepschrift, terwijl zij daartoe wel in de gelegenheid was. Dit is in strijd met de tweeconclusieleer en het grievenstelsel.
Daarom wijst het hof het hoger beroep af omdat het ontbreken van inhoudelijke grieven betekent dat er geen grond is om de beschikking te vernietigen. De beslissing is genomen door drie raadsheren en uitgesproken in het openbaar op 23 maart 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep van de moeder wordt afgewezen wegens het ontbreken van inhoudelijke grieven tegen de bestreden beschikking.