ECLI:NL:GHARL:2021:2939

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
29 maart 2021
Publicatiedatum
29 maart 2021
Zaaknummer
Wahv 200.262.126/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Besluit proceskosten bestuursrechtWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging feitcode in bestuursstrafzaak wegens onjuiste verkeersfeitcode

De betrokkene werd een sanctie van €230 opgelegd wegens het niet stoppen voor rood licht (feitcode R602) op 6 mei 2018 in Rotterdam. De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de feitcode onjuist was toegepast en dat feitcode R619, het niet volgen van de richting van de voorsorteerstrook op een kruispunt, van toepassing moest zijn.

De kantonrechter had wel overwogen de feitcode te wijzigen, maar verklaarde het beroep ongegrond en voerde de wijziging niet door. Het hof stelde vast dat de betrokkene de gedraging met feitcode R619 erkent en dat wijziging van de feitcode geen nadeel voor hem oplevert.

Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en voerde de feitcodewijziging alsnog door. Tevens werd het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en werd de advocaat-generaal veroordeeld tot het vergoeden van proceskosten van €934,50 aan de betrokkene, rekening houdend met matiging en wegingsfactor.

Deze uitspraak betreft een bestuursstrafrechtelijke procedure inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).

Uitkomst: Het hof wijzigt de feitcode naar R619, verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond en veroordeelt de advocaat-generaal tot proceskostenvergoeding van €934,50.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.262.126/01
CJIB-nummer
: 216595098
Uitspraak d.d.
: 29 maart 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 22 mei 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is B. de Jong LLB., kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie van € 230,- opgelegd voor: “R602 - niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 6 mei 2018 om 5:17 uur op de Weena in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat feitcode R619 toegepast had moeten worden, zoals de ambtenaar ook aangeeft in het proces-verbaal.
3. De kantonrechter heeft overwogen dat de feitcode zal worden gewijzigd, maar het beroep vervolgens ongegrond verklaard.
4. In een aanvullend proces-verbaal van 22 april 2019 heeft de ambtenaar verklaard dat de feitcode gewijzigd dient te worden van feitcode R602 naar R619. Gelet op de stukken in het dossier en nu de betrokkene de gedraging met feitcode R 619 erkent, is het hof van oordeel dat kan worden vastgesteld dat de betrokkene de gedraging “op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft“ heeft verricht. De feitcode kan worden gewijzigd, omdat de betrokkene hierdoor niet in zijn belangen wordt geschaad.
5. Nu de kantonrechter – blijkens het dictum – de feitcode niet heeft gewijzigd, zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen wat de kantonrechter had behoren te doen. Het hof zal het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking wijzigen zoals hierna vermeld.
6. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie procespunten te worden toegekend. Ook aan het telefonisch horen dient één punt te worden toegekend. Gelet op de door de gemachtigde geleverde inspanning zal het hof met gebruikmaking van de matigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, het voor het horen door de officier van justitie toegekende punt halveren. De waarde per punt bedraagt € 534,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 934,50 (= 3,5 x € 534,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de inleidende beschikking in zoverre dat de feitcode en de omschrijving van de gedraging worden gewijzigd in "R619 - op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft”;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 934,50.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is verhinderd te ondertekenen.