ECLI:NL:GHARL:2021:2991

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 maart 2021
Publicatiedatum
30 maart 2021
Zaaknummer
Wahv 200.264.159/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie kentekenhouder voor vasthouden mobiele telefoon tijdens rijden

De betrokkene werd als kentekenhouder gesanctioneerd voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden op 28 augustus 2018 op de A12 bij Maarn. De betrokkene voerde aan dat zij geen telefoon had vastgehouden en dat de ambtenaar haar niet had mogen sanctioneren zonder staandehouding, zoals vermeld in het feitenboekje.

Het hof oordeelde dat de aanwijzing in het feitenboekje slechts richtinggevend is voor de ambtenaar en dat de sanctie op grond van artikel 5 Wahv Pro terecht aan de kentekenhouder kan worden opgelegd indien de bestuurder niet kon worden staande gehouden. In deze zaak was er geen reële mogelijkheid tot staandehouding omdat de ambtenaar in een burgervoertuig zonder stopmiddelen reed.

De waarneming van de ambtenaar dat de betrokkene een mobiele telefoon in haar rechterhand hield, werd door het hof geloofd. Het verweer van de betrokkene werd verworpen. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: De sanctie van €230 aan de kentekenhouder voor vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.264.159/01
CJIB-nummer
: 219524167
Uitspraak d.d.
: 30 maart 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 1 juli 2019, betreffende

[de betrokkene] N.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 augustus 2018 om 10:26 uur op de A12 rechts (hm 82.6) in Maarn met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .
2. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene geen mobiele telefoon heeft aangeraakt. De betrokkene is ook niet staande gehouden, terwijl het feitenboekje duidelijk stelt dat staandehouding verplicht is om vast te stellen of het een telefoon betreft of niet. De ambtenaar kan niet eenzijdig besluiten, of met een enkele observatie zonder staandehouding weten, dat het een mobiele telefoon betreft. Er zijn namelijk ook apparaten die niet tot telecommunicatie in staat zijn, maar die wel op een mobiele telefoon lijken. De ambtenaar heeft niet de juiste werkwijze gehanteerd en onvoldoende bewezen dat sprake is van een mobiele telefoon. De inleidende beschikking dient dan ook te worden vernietigd, zo betoogt de gemachtigde.
3. Het hof stelt voorop dat de aanwijzing in het feitenboekje zich richt tot de ambtenaar en dat de gemachtigde, anders dan hij kennelijk meent, daaraan geen rechten kan ontlenen. Relevant is of artikel 5 van Pro de Wahv is geschonden.
4. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
5. In het zaakoverzicht staat vermeld dat de ambtenaar niet de mogelijkheid had om de bestuurder staande te houden, omdat hij op dat moment in een burgervoertuig reed zonder “stop mogelijkheid”. Het hof begrijpt dat de ambtenaar geen middelen zoals een stoptransparant of optische- en geluidssignalen voorhanden had. Dat dit in dit geval anders is en er geen deugdelijke reden was om af te zien van staandehouding van de bestuurder, heeft de gemachtigde niet gesteld en is ook niet gebleken. Aldus mocht de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. Het verweer van de gemachtigde wordt dan ook verworpen.
6. Op basis van de gegevens in het dossier kan worden vastgesteld dat de betrokkene een mobiele telefoon tijdens het rijden heeft vastgehouden. De ambtenaar heeft waargenomen dat de betrokkene de telefoon tijdens het rijden in haar rechterhand hield. Wat de betrokkene aanvoert, hetgeen in de kern neerkomt op de ontkenning een mobiele telefoon te hebben vastgehouden tijdens het rijden, geeft het hof geen aanleiding tot twijfel aan de verklaring van de ambtenaar.
7. Het voorgaande brengt mee dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal bevestigen. Gegeven deze beslissing is er geen recht op een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is verhinderd te ondertekenen.