ECLI:NL:GHARL:2021:2995
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen sanctie wegens parkeren op trottoir zonder staandehouding
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter inzake een administratieve sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter had het beroep tegen de officier van justitie gegrond verklaard, maar het hof vernietigt deze beslissing omdat de foto’s van de gedraging niet aan de rechtbank waren overgelegd, waardoor de kantonrechter deze niet kon betrekken bij zijn oordeel.
Het hof stelt vast dat de officier van justitie de foto’s pas in hoger beroep heeft ingebracht, wat in strijd is met artikel 10 Wahv Pro dat vereist dat alle relevante stukken bij de rechtbank worden ingediend. Het hof verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing. Vervolgens beoordeelt het hof het beroep tegen de inleidende beschikking zelf.
De sanctie betreft het parkeren op het trottoir met een bedrijfsvoertuig, waarbij de betrokkene niet is staandegehouden. Het hof oordeelt dat de ambtenaar niet aannemelijk heeft gemaakt waarom geen staandehouding heeft plaatsgevonden en dat het voertuig leeg was, zodat geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. Hierdoor is de sanctie terecht opgelegd aan de kentekenhouder. Het beroep tegen de beschikking wordt daarom ongegrond verklaard.
Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk is gesteld. Het arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken in een openbare zitting.
Uitkomst: Het beroep tegen de inleidende beschikking wordt ongegrond verklaard en de sanctie van €95,- blijft in stand.