ECLI:NL:GHARL:2021:2996

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 maart 2021
Publicatiedatum
30 maart 2021
Zaaknummer
Wahv 200.269.016/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ongegrondverklaring beroep roodlichtovertreding op basis van fotobewijs

De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd voor het niet stoppen voor rood licht op 6 december 2018 op de N270 Europaweg te Deurne met een bestelauto met een specifiek kenteken. De gemachtigde voerde aan dat de eerste foto waarop de radardetectie werd geactiveerd het kenteken niet leesbaar toonde, zodat niet kon worden vastgesteld dat het om het voertuig van de betrokkene ging. De tweede foto toonde wel het kenteken, maar het voertuig was toen al voorbij het verkeerslicht.

Het hof stelde vast dat gedragingen als deze worden vastgelegd met twee foto's die ongeveer één seconde na elkaar zijn gemaakt, waarbij de eerste foto vaak overbelicht kan zijn. Een technisch adviseur van het Openbaar Ministerie bevestigde dat het gebruikelijk is dat het kenteken op de eerste foto soms niet leesbaar is, maar op de tweede wel.

Beide foto's toonden hetzelfde voertuig, een bestelauto, en het kenteken op de tweede foto kwam overeen met dat van de betrokkene. Het hof concludeerde dat het voertuig het rode verkeerslicht is gepasseerd terwijl het rood was, en dat het fotobewijs voldoende was om de overtreding vast te stellen.

Daarom bevestigde het hof het vonnis van de kantonrechter dat het beroep ongegrond is verklaard en de sanctie van €230,- terecht is opgelegd aan de betrokkene.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €230,- voor de roodlichtovertreding en verklaart het beroep ongegrond.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.269.016/01
CJIB-nummer
: 222051535
Uitspraak d.d.
: 30 maart 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 10 september 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is I.M.C. Henkes, woonachtig te Venray.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 6 december 2018 om 16.47 uur op de N270 Europaweg in Deurne met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .
2. De gemachtigde van de betrokkene, tevens de bestuurder van het voertuig, voert aan dat de kantonrechter ten onrechte stelt dat uit de eerste foto blijkt dat het betreffende voertuig de radardetectie activeert en dat op de tweede foto te zien is dat het voertuig verder is gereden. Dit is niet waar, aangezien op de eerste foto het kenteken van het voertuig niet leesbaar is. Ook is geen merk, vorm of kleur zichtbaar, zodat op basis van deze foto niet kan worden vastgesteld dat het voertuig van de betrokkene het voertuig is dat op deze foto te zien is. Op de tweede foto is het kenteken wel zichtbaar, maar hier is het voertuig het verkeerslicht al ver gepasseerd. Nu niet vastgesteld kan worden dat op beide foto’s hetzelfde voertuig staat afgebeeld, kunnen de foto’s niet gebruikt worden als bewijsmateriaal en kan aldus de gemachtigde niet worden aangetoond dat de gedraging is verricht.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De overtreding is met roodlichtapparatuur geautomatiseerd op twee digitale foto’s vastgelegd.
Foto 1: Het betreffende voertuig activeert de radardetectie of de lus achter de stopstreep van het rode verkeerslicht. Op het moment van constatering brandde het rode licht reeds 0,6 seconden.
Foto 2: Circa een seconde later. Op foto 2 is duidelijk te zien dat het voertuig verder is gereden. (…)
De overtreding werd geautomatiseerd vastgelegd door middel van goedgekeurde radarapparatuur welke is gemonteerd in een flitspaal. (…)
Merk van voertuig: Renault
Type van voertuig: Kangoo (…)”
5. Het is het hof ambtshalve bekend dat gedragingen als de onderhavige worden geconstateerd met behulp van radardetectie of een lusdetector, die door twee achter elkaar liggende inductielussen in het wegdek wordt geactiveerd indien een voertuig bij rood licht de stopstreep passeert. Bij een dergelijke constatering worden van iedere gedraging twee foto's gemaakt, ongeveer één seconde na elkaar. De gegevens die betrekking hebben op de constatering verschijnen in een databalk boven of onder de foto.
6. Het voorgaande wordt bevestigd door een Technisch adviseur Verkeershandhavingsmiddelen van het Openbaar Ministerie, bij wie de advocaat-generaal naar aanleiding van het verweer van de betrokkene navraag heeft gedaan. De advocaat-generaal vermeldt hierover dat haar is gebleken dat:
“bij de constatering van gedragingen als onderhavige er meerdere foto’s per voertuig worden gemaakt. Degene waar het kenteken uitgelezen wordt, is over het algemeen een donkere foto waarmee door oplichten en een hoog contrast een kenteken leesbaar gemaakt kan worden. Voor de herkenbaarheid van het eigen voertuig van betrokkene wordt een meer opgelichte foto gebruikt. Deze kunnen snel overbelicht raken waardoor het kenteken niet meer zichtbaar is.”
7. Tot het dossier behoren twee foto’s die van de gedraging zijn gemaakt. Op beide foto’s is te zien dat het verkeerslicht rood licht uitstraalt. Op de eerste foto is een voertuig te zien dat zich nog voor de stopstreep bevindt. Het verkeerslicht staat op dat moment 0,6 seconden op rood. Op deze foto is het kenteken van het voertuig is niet leesbaar, wel zijn de contouren van het voertuig zichtbaar. Te zien is dat dit voertuig een bestelauto betreft. Op de tweede foto, die 1,6 seconden later is genomen, is te zien dat het voertuig het verkeerslicht is gepasseerd. Uit de gegevens in de databalk blijkt dat deze foto’s, zoals reeds onder 5. en 6. is uitgelegd, bij elkaar horen. Hoewel de tweede foto vrij donker is, is hierop een deel van de achterzijde van het voertuig te zien en is het kenteken leesbaar en wordt dit rechts onderin vergroot weergegeven. Het kenteken komt overeen met dat van de bestelauto van de betrokkene. Het hof stelt – op basis van de foto’s – vast dat op beide foto’s hetzelfde voertuig te zien is. De omstandigheid dat op foto 1 het kenteken niet leesbaar is, doet aan het voorgaande niet af. Aldus kan worden vastgesteld dat het voertuig van de betrokkene het verkeerslicht is gepasseerd, terwijl het rood licht uitstraalde.
8. Het voorgaande brengt mee dat de kantonrechter het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie terecht ongegrond heeft verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is verhinderd te ondertekenen.