De zaak betreft een geschil over de startdatum voor de berekening van de transitievergoeding van een schoonmaakmedewerker na meerdere contractwisselingen tussen schoonmaakbedrijven Novon en ISS. De werknemer stelt dat haar dienstjaren vanaf 26 augustus 1993 moeten meetellen, terwijl Novon volhoudt dat de berekening terecht vanaf 1 februari 2014 is gemaakt.
De kantonrechter oordeelde dat de startdatum 10 mei 2007 is, het moment waarop de werknemer in dienst trad bij Novon voor het schoonmaakobject Artez. Beide partijen gingen in hoger beroep tegen dit oordeel. Het hof beoordeelde uitgebreid of sprake was van overgang van onderneming bij de contractwisselingen in 2008 en 2014, waarbij het hof concludeerde dat er inderdaad sprake was van overgang van onderneming omdat een wezenlijk deel van het personeel werd overgenomen en de werkzaamheden gelijk bleven.
De werknemer kon echter niet aannemelijk maken dat zij vanaf 1993 onafgebroken bij ISS werkte, mede vanwege het ontbreken van bewijs over de periode juni 2007 tot december 2008. Ook de cao en de branchedatum boden geen grondslag voor een eerdere startdatum van de transitievergoeding. Het hof bekrachtigde daarom het oordeel van de kantonrechter en wees de aanvullende vordering van de werknemer af. Beide partijen werden veroordeeld in hun proceskosten.