Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
€ 934,50 (= 3,5 x € 534,- x 0,5).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene werd administratief beboet voor het negeren van een rood verkeerslicht op 14 maart 2018 in Amsterdam. De sanctie werd opgelegd aan de kentekenhouder omdat de ambtenaar de bestuurder niet staande kon houden vanwege verkeersveiligheid, op grond van artikel 5 Wahv Pro.
De betrokkene ging in beroep tegen deze sanctie. Het hof oordeelt dat de enkele mededeling van de ambtenaar dat staandehouding niet mogelijk was onvoldoende is om te concluderen dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. Het openbaar ministerie heeft dit niet afdoende onderbouwd.
Het hof volgt niet het standpunt dat artikel 5 Wahv Pro alleen voor technische constatering of parkeerovertredingen geldt, maar benadrukt dat de sanctie alleen aan de kentekenhouder mag worden opgelegd als vaststaat dat staandehouding onmogelijk was.
Daarom vernietigt het hof de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt het openbaar ministerie tot vergoeding van proceskosten van € 934,50 aan de betrokkene.
Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van het ontbreken van een reële mogelijkheid tot staandehouding.