Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: [verzoekster] ,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De kantonrechter stelde bij beschikking van 23 mei 2019 verzoekster ambtshalve als bewindvoerder en mentor van de rechthebbende ontslagen wegens diverse tekortkomingen in de uitvoering van haar taken. Verzoekster ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof toetste of er gewichtige redenen waren voor het ontslag op grond van artikel 1:448 lid 2 BW Pro. Uit de stukken en de mondelinge behandeling bleek dat verzoekster onder meer onvoldoende transparantie bood over verzekeringsconstructies via haar onderneming, onjuiste kosten in rekening bracht, niet tijdig bijzondere bijstand aanvroeg en traag reageerde op verzoeken om toelichting. Dit leidde tot een gebrek aan vertrouwen bij de kantonrechter en het bewindsbureau.
Hoewel het bewind inmiddels is opgeheven, oordeelde het hof dat het ontslag rechtmatig was. Het hof benadrukte dat een bewindvoerder hoge eisen moet naleven vanwege de kwetsbare positie van rechthebbenden en dat verzoekster tekort is geschoten in haar taakuitoefening. De bestreden beschikking werd dan ook bekrachtigd en de verzoeken van verzoekster afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ambtshalve ontslag van verzoekster als bewindvoerder wegens onvoldoende taakuitoefening en gebrek aan transparantie.