Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 1995 gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in 2018 gescheiden. De man is in hoger beroep gekomen tegen de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, met name over de recreatiewoning, inboedel, auto’s en de hond.
De man verzocht om de woning onverdeeld te laten vanwege financiële beperkingen en een lopend bestemmingsplantraject, terwijl de vrouw verkoop wenste om schulden af te lossen en het hoofdstuk af te sluiten. Het hof oordeelde dat onvoldoende zwaarwegende belangen aanwezig waren om de woning onverdeeld te laten en bekrachtigde de verkoopbeslissing.
Verder stelde de man dat hij was overbedeeld bij de verdeling van inboedel en dieren, maar het hof vond onvoldoende onderbouwing voor een hogere vergoeding. De rechtbank had de auto op een hogere waarde vastgesteld dan de man vond, het hof stelde de waarde op €3.000,- en bepaalde dat de man de helft aan de vrouw moet betalen. De toedeling van de hond aan de vrouw werd bekrachtigd, rekening houdend met het welzijn van het dier.
De proceskosten werden gecompenseerd tussen partijen. Het hof vernietigde de beschikking over de auto en bepaalde een nieuwe regeling, terwijl de rest van de beschikking werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verdeling van de woning, inboedel en dieren, vernietigt de beschikking over de auto en bepaalt een nieuwe waarde en betaling.