Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de moeder,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep van een moeder tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland inzake een omgangsregeling met haar uit huis geplaatste dochter. De dochter is sinds haar geboorte in 2015 uit huis geplaatst en woont sinds juli 2020 in een gezinshuis. De moeder had slechts recht op twee uur begeleide omgang per maand, vastgesteld door de gecertificeerde instelling (GI).
De moeder verzocht om een ruimere omgangsregeling met toenemende frequentie en duur, terwijl de GI dit afwees vanwege de kwetsbaarheid van de dochter en het belang van het hechtingsproces in het gezinshuis. Het hof oordeelde dat de beperkte omgangsregeling niet aannemelijk de onrust bij de dochter wegneemt en dat uitbreiding van de omgang juist kan bijdragen aan rust en duidelijkheid voor beiden.
Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank, verklaarde de schriftelijke aanwijzing van de GI vervallen en stelde een nieuwe omgangsregeling vast waarbij de moeder en dochter begeleid vier uur per keer omgang hebben, vanaf 1 april 2021 eenmaal per maand en vanaf 1 juli 2021 eenmaal per veertien dagen. De omgang vindt plaats in de woonplaats van de dochter en wordt ondersteund door het gezinshuis. Het hof benadrukte het belang van naleving van afspraken door de moeder en de emotionele toestemming van de dochter voor haar woonplaats.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en stelt een ruimere, begeleide omgangsregeling vast tussen moeder en minderjarige dochter.