Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder van een in 2020 geboren minderjarige kwam in hoger beroep tegen een ondertoezichtstelling die door de kinderrechter was opgelegd vanwege ernstige zorgen over de ontwikkeling van het kind. De ondertoezichtstelling was ingesteld voor een periode van zes maanden.
Het hof oordeelde dat de ondertoezichtstelling aanvankelijk gerechtvaardigd was vanwege een spoedmelding en het wantrouwen van de ouders tegenover hulpverlening, waardoor mogelijke bedreigingen in de ontwikkeling van het kind niet tijdig werden gesignaleerd. Echter, op het moment van het hoger beroep was gebleken dat de situatie was verbeterd: de ouders hadden inmiddels goed contact met het consultatiebureau, accepteerden hulp en er waren geen zorgen meer over de veiligheid en ontwikkeling van het kind.
Gezien het ingrijpende karakter van de maatregel en het ontbreken van actuele gronden voor voortzetting, besloot het hof de ondertoezichtstelling per direct op te heffen. De beschikking van de kinderrechter werd voor de periode tot het moment van opheffing bekrachtigd en voor de periode daarna vernietigd. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige is per direct opgeheven wegens het ontbreken van ernstige ontwikkelingsbedreiging.