Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
primair
subsidiair
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2015 in China gehuwd en in 2020 ontbonden. De vrouw, met Chinese nationaliteit, verzocht de rechtbank om partneralimentatie, maar dit verzoek werd afgewezen. In hoger beroep stelt zij dat zij vanwege medische problemen niet in haar basislevensonderhoud kan voorzien en dat zij en de man mondeling alimentatieafspraken hadden gemaakt.
De man betwist deze afspraken en voert aan dat de vrouw jong is, kan werken en haar tijdelijke ontberingen onvoldoende heeft onderbouwd. Het hof bevestigt de rechtsmacht van de Nederlandse rechter en gaat uit van toepassing van Chinees recht op het alimentatieverzoek.
Het hof oordeelt dat de vrouw onvoldoende bewijs heeft geleverd van een alimentatieovereenkomst en onvoldoende heeft onderbouwd dat zij niet in haar basislevensonderhoud kan voorzien. Haar medische problematiek is niet zodanig aangetoond dat zij niet kan werken. Ook het verzoek tot toezending van goederen wordt afgewezen wegens onbepaaldheid.
De bestreden beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en het hoger beroep van de vrouw wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van de vrouw af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland.