Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
- De inleidende beschikking is op 4 augustus 2016 aan de betrokkene toegezonden.
- De gemachtigde heeft op 6 augustus 2016 administratief beroep ingesteld. Het hof stelt vast dat dit beroepschrift geen gronden bevat. De stelling dat de beschikking ten onrechte aan cliënt is opgelegd is geen grond.
- Op 28 november 2016 heeft de officier van justitie de gemachtigde erop gewezen dat de gronden van het beroep ontbreken, zodat er sprake is van een verzuim, en hem in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken na dagtekening van de brief te herstellen.
- Bij brief van 15 december 2016, door de officier van justitie ontvangen op 19 december 2016, heeft de gemachtigde gronden ingediend.
- Bij brieven van 23 januari 2017 heeft de officier van justitie de gemachtigde en de betrokkene medegedeeld dat hij gebruik maakt van de mogelijkheid om de wettelijke beslistermijn met tien weken te verlengen.
- Bij brief van 26 januari 2017, door de officier van justitie ontvangen op 31 januari 2017, heeft de gemachtigde de officier van justitie in gebreke gesteld.
- Op 8 maart 2017 heeft de officier van justitie op het beroep beslist.
- Op 17 mei 2017 heeft de officier van justitie het verzoek tot vaststelling van de verschuldigdheid en de hoogte van een dwangsom afgewezen.