ECLI:NL:GHARL:2021:3239
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Sekeris
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sanctiebeschikking wegens onvoldoende onderbouwing staandehouding bij verkeersovertreding
De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het niet volgen van de richting van een voorsorteerstrook op een kruispunt. De ambtenaar had de bestuurder niet staande gehouden omdat hij onderweg was naar een andere melding. Volgens artikel 5 van Pro de Wahv moet een ambtenaar de bestuurder staande houden om diens identiteit vast te stellen, tenzij er geen reële mogelijkheid was tot staandehouding.
De verdediging stelde dat enkel het feit dat de ambtenaar onderweg was naar een andere melding onvoldoende is om te concluderen dat staandehouding niet mogelijk was. Het hof oordeelde dat de aard en spoedeisendheid van die melding bepalend zijn, maar dat hierover geen informatie is verstrekt. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was.
Het hof vernietigde daarom de sanctiebeschikking en de beslissing van de kantonrechter. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan de betrokkene. Het hof wees erop dat de ambtenaar in het proces-verbaal niet inhoudelijk op het verweer over de staandehouding is ingegaan, en dat het niet passend is om nu nog nadere informatie te vragen.
Uitkomst: De sanctiebeschikking is vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing dat staandehouding niet mogelijk was.