ECLI:NL:GHARL:2021:3251

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 april 2021
Publicatiedatum
6 april 2021
Zaaknummer
Wahv 200.258.007/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62 RVV 1990Art. 65 lid 3 RVV 1990Art. 3 lid 2 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking parkeerverbod wegens onjuiste locatieaanduiding

De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd voor het parkeren in strijd met een parkeerverbod aangeduid met bord E1 op de Maaskade in Venlo. Volgens de gemachtigde stond het voertuig op een onverharde strook naast de rijbaan, niet op het trottoir, en hinderde het verkeer niet.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar het gerechtshof oordeelde anders. Uit het dossier en foto's bleek dat het voertuig geparkeerd stond op een braakliggend stuk grond buiten de parkeervakken en niet onder het bereik van het bord E1 viel. Daarom kon niet worden vastgesteld dat de overtreding had plaatsgevonden.

Het hof vernietigde de sanctiebeschikking en de beslissing van de kantonrechter, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van €1.201,50. Tevens werd de zekerheid die door de betrokkene was gesteld gerestitueerd.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens parkeren in strijd met bord E1 is vernietigd omdat de locatie niet onder het parkeerverbod viel.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.258.007/01
CJIB-nummer
: 217112024
Uitspraak d.d.
: 6 april 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 14 februari 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. P.D. Bosma, advocaat te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 12 mei 2018 om 11:15 uur op de Maaskade in Venlo met het voertuig met het kenteken [YY-YY-00] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat op de betreffende plaats niet of niet voldoende met borden werd aangegeven dat men daar niet mocht parkeren. Het voertuig van de betrokkene stond niet, zoals de advocaat-generaal stelt, op het trottoir. De auto stond op een braakliggend stuk bouwterrein, direct voor een hek geparkeerd. Het voertuig hinderde het overige verkeer niet, noch werd een onveilige situatie geschapen. Het is de betrokkene volstrekt onduidelijk waarom zijn auto niet op betreffende plek zou mogen parkeren.
3. De betreffende gedraging is een overtreding van artikel 62 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) in verbinding met het bord E1 van bijlage 1 van dit reglement. In dit artikel is het volgende bepaald:
“Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.”
Bord E1 van bijlage 1 van het RVV 1990 duidt een algeheel parkeerverbod aan.
4. Ingevolge artikel 65, derde lid, van het RVV 1990 is, bij een middels bord E1 aangeduid parkeerverbod, het parkeren van een voertuig toegestaan op de daartoe bestemde weggedeelten.
5. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld. Het dossier bevat daarnaast een aanvullend proces-verbaal van 24 juli 2019 waarin de ambtenaar onder andere verklaart dat het voertuig van de betrokkene geparkeerd stond buiten de parkeervakken binnen een parkeerverbodszone, aangegeven middels borden E1 en E10. De ambtenaar heeft een plattegrond bijgevoegd en daarop aangegeven waar het voertuig geparkeerd stond en hierbij vermeld dat het voertuig op de zandvlakte buiten de aangegeven parkeervakken stond.
7. De ambtenaar heeft ook een foto van de situatie overgelegd. Ook de gemachtigde heeft foto’s overgelegd. Op deze foto’s is te zien dat het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd op een stuk onverharde grond naast de rijbaan, voor een hek waarachter een braakliggend terrein ligt. Anders dan de advocaat-generaal stelt, stond het voertuig van de betrokkene niet (deels) op het trottoir. Het parkeerverbod aangegeven met een bord E1 als bedoeld in bijlage 1 van het RVV 1990 strekt zich niet uit tot de locatie waar de betrokkene het voertuig heeft geparkeerd (vgl. het arrest van het hof van 23 mei 2016 (gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2016:3927). Dit brengt mee dat niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.
8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter, het ter zitting van de kantonrechter verschijnen, het indienen van een hoger beroepschrift en het indienen van een nadere toelichting dienen in totaal 4,5 procespunten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt
€ 534,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van
€ 1.201,50.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter.
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 1.201,50.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.