ECLI:NL:GHARL:2021:3261

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 april 2021
Publicatiedatum
6 april 2021
Zaaknummer
Wahv 200.271.336/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking parkeren gehandicaptenparkeerplaats door ontbreken onderbord

De betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €380 opgelegd wegens parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder het daarvoor bestemde voertuig. Dit vond plaats op 17 december 2018 op de Herengracht in Amsterdam. De betrokkene stelde dat een onderbord met venstertijden (19:00-07:00) aanwezig was toen hij parkeerde, maar dat dit onderbord later was verwijderd. Hij bracht een mailwisseling met de gemeente in die bevestigde dat het onderbord kort tevoren was weggehaald en opnieuw geplaatst.

De ambtenaar constateerde de overtreding om 09:56 uur zonder dat het onderbord aanwezig was, en maakte foto's van het voertuig en het bord E6 met kentekens van de toegestane voertuigen. Het hof stelde vast dat het onderbord op het moment van constatering ontbrak, maar dat het aannemelijk was dat het bij het parkeren wel aanwezig was en daarna was verwijderd.

Gelet op deze feiten oordeelde het hof dat de betrokkene geen verwijt treft en dat het opleggen van een sanctie in deze situatie niet billijk is. Daarom vernietigde het hof de sanctiebeschikking en de eerdere beslissingen van de kantonrechter en officier van justitie, en bepaalde dat het door de betrokkene gestelde zekerheid wordt gerestitueerd.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd omdat het onderbord met venstertijden na het parkeren is verwijderd, waardoor oplegging van de sanctie niet billijk is.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.271.336/01
CJIB-nummer
: 222385308
Uitspraak d.d.
: 6 april 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 19 november 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 380,- opgelegd voor: “parkeren op gehandicaptenparkeerplaats anders dan met het voor die gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestemde voertuig”. Deze gedraging zou zijn verricht op 17 december 2018 om 09:56 uur op de Herengracht in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken1] .
2. De betrokkene voert aan dat de gemeente na klachten van buurtbewoners de betreffende invalidenparkeerplaats heeft gewijzigd, en wel zo dat de parkeerplaats alleen ’s nachts van 19:00 uur tot 07:00 uur een invalidenparkeerplaats is en van 07:00 tot 19:00 uur door iedereen mag worden gebruikt. Dit is aangegeven door middel van een onderbord. De betrokkene geeft aan dat toen hij op 17 december 2018 rond 07:15 uur zijn auto ter plaatse parkeerde het onderbord aanwezig was. Volgens de verklaring van de ambtenaar was het onderbord om 09:56 uur verdwenen. Dit is eerder gebeurd. Op 23 november 2018 heeft de gemeente ook een nieuw onderbord moeten plaatsen. Ter onderbouwing daarvan heeft de betrokkene een mailwisseling met de gemeente Amsterdam ingebracht. De betrokkene geeft aan dat de gedraging buiten zijn schuld is verricht en dat hij daarvoor dan ook niet verantwoordelijk kan worden gehouden.
3. De gegevens waarop de ambtenaren zich bij de oplegging van de sanctie hebben gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende verklaring:
“Gedragingsgegevens: Het voertuig stond geparkeerd op een door bord E6 RVV 1990 aangeduide gehandicaptenparkeerplaats. Blijkens het onderbord is het gebruik van deze gehandicaptenparkeerplaats voorbehouden aan het voertuig met kenteken [kenteken2] . Bij het constateren van het feit werd vastgesteld dat er gedurende een tijd van ongeveer 10 minuten geen activiteit met betrekking tot het voertuig plaats vond, zodat er geen sprake was van onmiddellijk laden of lossen van goederen, dan wel het in of uit laten stappen van personen.”
4. Daarnaast bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal van 21 februari 2019. In dit proces-verbaal verklaart de ambtenaar - voor zover hier relevant - het volgende:
“Ik verbalisant zag op 17-12-2018 een voertuig staan op een gereserveerde invalide parkeerplek. Ik zag geen onderbord met venstertijden.”
5. Bij dit proces-verbaal heeft de ambtenaar een afschrift van het ondertekende brondocument gevoegd. Uit dit brondocument blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden op de Herengracht in Amsterdam ter hoogte van huisnummer [000] . Verder zijn foto’s toegevoegd die de ambtenaar ter plaatse heeft gemaakt. Hierop is het voertuig van de betrokkene zichtbaar en ook een verkeersbord E6 met daaronder vermeld de kentekens [kenteken2] en [kenteken3] .
6. Het hof stelt vast dat ten tijde van de constatering geen onderbord met daarop de venstertijden “19:00 – 07:00” aanwezig was. Dit betekent dat de werking van de bord E6 niet in tijd was beperkt. Daarom was het niet toegestaan ter plaatse te parkeren met een ander voertuig dan de voertuigen voorzien van het kenteken [kenteken2] of [kenteken3] . De gedraging is om die reden terecht door de ambtenaar vastgesteld. Het hof merkt daarbij op dat parkeren gedurende de gehele duur daarvan in overeenstemming met de geldende regels dient te geschieden.
7. Gelet op het gevoerde verweer dient het hof te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
8. Uit de door de betrokkene overgelegde mailwisselingen met de gemeente Amsterdam leidt het hof af dat door de gemeente, op verzoek van de omwonenden, een bord met daarop de venstertijden 19:00 tot 07:00 uur onder het betreffende bord E6 is geplaatst. Verder blijkt uit die mailwisseling dat dit onderbord op of omstreeks 23 november 2018 was verdwenen en in diezelfde periode een nieuw onderbord door de gemeente is teruggeplaatst.
9. Op basis van deze informatie acht het hof het aannemelijk dat, zoals de betrokkene stelt, op
17 december 2018 omstreeks 07:00 uur een bord met daarop de venstertijden 19:00 tot 07:00 uur onder het betreffende bord E6 aanwezig was. Het wordt er dan ook voor gehouden dat het onderbord, nadat de betrokkene ter plaatse parkeerde, is verwijderd zoals dat al een keer eerder was gedaan. Dit betekent dat toen de betrokkene het voertuig parkeerde de situatie anders was dan op het moment dat de ambtenaar de gedraging om 09:56 uur constateerde. De betrokkene kan daarvan geen verwijt worden gemaakt. Dat maakt oplegging van een sanctie in dit geval niet billijk.
10. Het hof beslist daarom als volgt.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voornoemd CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.