AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoger beroep tegen administratieve sancties wegens parkeren tijdens valet parking periode
De betrokkene kreeg twee administratieve sancties opgelegd wegens het parkeren van haar voertuig bij een blauwe streep terwijl de toegestane parkeertijd was verstreken. Zij had het voertuig vrijwillig overgedragen aan een valet parking-bedrijf, dat de auto echter niet overeenkomstig de afspraken parkeerde.
De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk wegens te late indiening, maar het hof vernietigde deze beslissing omdat de beslissingen niet correct aan de gemachtigde waren bekendgemaakt. Het hof beoordeelde het beroep inhoudelijk en oordeelde dat de betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat het gebruik van het voertuig door een ander tegen haar wil was en redelijkerwijs niet kon worden voorkomen.
Verder stelde het hof dat de sancties terecht waren opgelegd voor twee afzonderlijke gedragingen, omdat tussen de overtredingen bijna 24 uur zat. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet omdat geen sprake was van een vastgesteld beleid dat afwijkend werd toegepast.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de opgelegde sancties blijven in stand.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.278.941/01 en 200.278.942/01
CJIB-nummer
: 226605746 en 226605723
Uitspraak d.d.
: 7 april 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissingen van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Holland van 3 maart 2020, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is M. de Waal, werkzaam bij Vogels & de Waal V.O.F., kantoorhoudende te Son en Breugel.
De beslissingen van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissingen van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissingen van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaken op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft verweerschriften ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaken zijn behandeld op de zitting van 24 maart 2021. De gemachtigde van de betrokkene is niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .
De beoordeling
1. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissingen van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard, omdat het beroep te laat is ingesteld.
2. Tegen de beslissing van de officier van justitie kan binnen zes weken beroep worden ingesteld. Dat volgt uit artikel 9, eerste lid, van de Wahv en de artikelen 3:41, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De termijn voor het instellen van beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd. Als namens de betrokkene door een gemachtigde beroep is ingesteld, moet de post in ieder geval aan de gemachtigde worden toegestuurd (artikel 6:17 vanPro de Awb).
3. Uit de dossiers blijkt de officier van justitie beide beroepen kennelijk ongegrond heeft verklaard en dat die beslissingen op 28 augustus 2019 aan de betrokkene zijn toegestuurd. De advocaat-generaal heeft meegedeeld dat uit navraag bij het CJIB is gebleken dat die beslissingen niet ook naar de gemachtigde zijn gezonden. De beslissingen zijn dus niet op de juiste wijze bekendgemaakt. Daarom is de beroepstermijn niet gaan lopen en heeft de kantonrechter het door
De Waal op 21 oktober 2019 ingestelde beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het hof zal de beslissingen van de kantonrechter vernietigen en het beroep tegen de beslissingen van de officier van justitie beoordelen. Dit brengt mee dat de overige bezwaren betreffende het niet-ontvankelijk verklaren door de kantonrechter niet besproken hoeven te worden.
4. Aan de betrokkene zijn als kentekenhouder bij inleidende beschikkingen twee sancties van
€ 95,- opgelegd voor: “motorvoertuig parkeren bij blauwe streep terwijl toegestane parkeertijd is verstreken.” Deze gedragingen zouden zijn verricht op de Pelikaanweg op Schiphol met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] op 23 juni 2019 om 11:35 uur (Wahv 200.278.942) en op 22 juni 2019 om 11:48 uur (Wahv 200.278.941).
5. De gemachtigde stelt zich op het standpunt dat de officier van justitie het beroep ten onrechte ongegrond heeft verklaard. Daartoe wordt het volgende aangevoerd. De betrokkene heeft de auto niet zelf ter plaatste geparkeerd. Zij had een overeenkomst met Schiphol Valet Parkeren gesloten voor het parkeren van haar auto op de afgesloten locatie aan de Raasdorperweg 74 te Lijnden. Zij dacht het parkeren gedurende haar reis aldus goed te hebben geregeld, maar het bedrijf heeft zich niet aan de overeenkomst van bewaarneming gehouden en de auto elders en op de openbare weg geparkeerd. De betrokkene had dit niet kunnen voorzien en heeft ook niet kunnen voorkomen dat het bedrijf zich niet aan de overeenkomst zou houden.
6. De gemachtigde vindt dat dit onder de “joyriding” valt en verzoekt met een beroep op artikel 8, aanhef en onder a, van de Wahv de sanctie op te leggen aan Schiphol Valet Parkeren. Dit zou een standaard werkwijze moeten worden in gevallen als deze, omdat het de enige manier is om malafide valet-parkeerbedrijven aan te pakken, die jaarlijks vele mensen ernstig duperen, in (grote) financiële problemen brengen en agressief reageren als je ze erop aanspreekt of toezeggingen doen die ze niet nakomen. De consument heeft de middelen niet om het geld op zo’n bedrijf te verhalen. Het strookt ook niet met het rechtvaardigheidsgevoel dat autoverhuurbedrijven door justitie worden wel ondersteund en dat als een burger met aantoonbare bewijzen aanspraak op disculpatie wil maken, het risico voor die burger blijft.
7. Artikel 8, aanhef en onder a, van de Wahv, houdt in dat wanneer met toepassing van artikel
5 van de Wahv een administratieve sanctie is opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven, de officier van justitie de beschikking vernietigt indien de kentekenhouder aannemelijk maakt dat tegen zijn wil door een ander van het motorrijtuig gebruik is gemaakt endat hij dit redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
8. De betrokkene heeft enkel een print overgelegd van haar “bestelling” bij Schiphol Valet Parking. Deze houdt naast de reservering voor 20 juni 2019 om 04:30 tot 23 juni 2019 om 20:30 uur slechts in dat dertig minuten voor aankomst op Schiphol telefonisch contact dient te worden opgenomen met het vermelde nummer, zodat de chauffeur u op tijd staat op te wachten. Verdere gegevens ontbreken.
9. Uit het overgelegde stuk kan niet anders worden afgeleid dan dat de betrokkene de auto op 20 juni 2019 aan een medewerker van Schiphol Valet Parkeren heeft overgedragen met het doel dat hij de auto naar een parkeergelegenheid rijdt, parkeert en de auto bij terugkomst van de betrokkene op Schiphol weer aan haar overdraagt.
10. De betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat tegen haar wil door een ander van haar auto gebruik is gemaakt en dat zij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen, zoals bedoeld in artikel 8, aanhef en onder a, van de Wahv (vgl. het arrest van het hof van 20 februari 2015, vindplaats op rechtspraak.nl ECLI:NL:GHARL:2015:1227).
11. De vergelijking met de disculpatiegrond van artikel 8, aanhef en sub b, van de Wahv gaat niet op. De gemachtigde miskent daarmee dat verhuurbedrijven ook uitsluitend aanspraak op deze voor hen geldende disculpatiegrond kunnen maken indien zij voldoen aan de daarin gestelde eisen.
12. De gemachtigde voert ook aan dat de officier van justitie had moeten beslissen dat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden, het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken (artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wahv).
13. Dat een medewerker van Schiphol Valet Parkeren de auto van de betrokkene in strijd met de verkeersregels (en de overeenkomst) heeft geparkeerd, is niet een dergelijke omstandigheid. De gevolgen van de omstandigheid dat de betrokkene een overeenkomst met dit bedrijf is aangegaan, mogelijk zonder zich eerst (via het internet) te oriënteren of het een betrouwbare contractspartner betreft, komen voor risico van de betrokkene.
14. De gemachtigde voert verder aan dat de betrokkene nu twee sancties voor één gedraging heeft ontvangen terwijl de auto tussentijds niet was verplaatst.
15. Het hof heeft ook ter zake van administratiefrechtelijke sancties die ingevolge de Wahv worden opgelegd, aanvaard dat niemand tweemaal behoort te worden gesanctioneerd voor dezelfde gedraging. Het verweer slaagt echter niet. De onder 4 vermelde gedragingen betreffen een overtreding van artikel 25, vierde lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Hoofdlijn is dat gelet op de strekking van het overtreden verkeersvoorschrift in beginsel op ieder tijdstip waarop wordt geconstateerd dat een auto geparkeerd staat bij een blauwe streep en de maximum parkeertijd is verstreken, een sanctie kan worden opgelegd. Tussen het opleggen van de twee sancties is bijna 24 uur verstreken, zodat al daarom niet kan worden gezegd dat sprake is van één en dezelfde gedraging maar van twee afzonderlijke gedragingen. Er is dus geen aanleiding om één van beide sancties achterwege te laten of het bedrag van de opgelegde sancties te matigen. Daar komt nog bij dat uit de dossiers blijkt dat de parkeerschrijf beide keren op een ander tijdstip was ingesteld. Er is dus wel iemand bij de auto geweest, maar deze heeft verzuimd hem alsnog correct te parkeren.
16. Tot slot doet de gemachtigde een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Hij wijst op twee door hem overgelegde beslissingen, te weten een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van
11 december 2019, waarin de kantonrechter in een soortgelijke zaak van een valet-parkeerbedrijf het bedrag van de sanctie heeft gematigd tot nihil en een beslissing van de officier van justitie waarin deze de sanctiebeschikking heeft vernietigd omdat uit het dossier blijkt dat tegen de wil van de betrokkene gebruik is gemaakt van het motorrijtuig of de aanhangwagen.
17. Het hof stelt voorop dat van schending van het gelijkheidsbeginsel ten aanzien van de betrokkene slechts dan sprake zou zijn indien zonder (juridische) geldige reden ten nadele van de betrokkene zou zijn afgeweken met betrekking tot gedragingen als de onderhavige geldende beleid (vgl. Hof Leeuwarden, 8 oktober 2003, ECLI:NL:GHLEE:2003:AM5326). Van enig beleid (bij het parket CVOM of de kantonrechters) voor zaken waarin de gedraging is verricht gedurende de tijd dat de auto onder beheer van een valet-parkeerbedrijf valt, is het hof niet gebleken. Het hof is niet gebonden aan een (andersluidende) uitspraak van een kantonrechter of een officier van justitie, nog daargelaten dat in het laatste geval niet duidelijk is wat de situatie in dat geval was.
18. Nu de gedragingen vaststaan en er geen aanleiding bestaat om het opleggen van een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sancties te matigen, is het beroep tegen de beslissingen van de officier van justitie ongegrond.
19. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Anjewierden, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.