Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het verzoek om toekenning van een dwangsom van €1.260,- had afgewezen. De gemachtigde betoogde dat het appelverbod in artikel 14, lid 1, van de Wahv niet van toepassing zou zijn op geschillen over dwangsommen, omdat de wetgever alleen lichte verkeersovertredingen wilde uitsluiten van hoger beroep. Het hof oordeelde dat het appelverbod onverkort geldt, ook in situaties waarin de dwangsom hoger is dan €70, en dat de wetgever dit zo heeft bedoeld, ook na invoering van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen.
De gemachtigde voerde subsidiair aan dat het appelverbod buiten toepassing moest worden gelaten wegens schending van artikel 6 EVRM Pro door de kantonrechter, die een cruciale beroepsgrond onbesproken zou hebben gelaten en essentiële bewijsstukken niet had meegewogen. Het hof stelde dat dit bezwaar neerkomt op een inhoudelijke kritiek op de beslissing, wat geen grond is om het appelverbod te doorbreken. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
De uitspraak bevestigt de vaste jurisprudentie dat het appelverbod in Wahv-zaken strikt wordt toegepast, ook bij hogere dwangsommen, en dat de toegang tot de rechter niet wordt geschonden door het appelverbod in deze context.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het appelverbod in Wahv-zaken bij sancties van maximaal €70.