In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen een eerdere beslissing van de politierechter over de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit het telen van hennep. De betrokkene werd eerder veroordeeld voor het telen van hennep en het hof beoordeelde de financiële opbrengst van deze illegale activiteit.
De advocaat-generaal stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €18.124,25, gebaseerd op een berekening van één succesvolle oogst van 235 planten, waarbij opbrengsten werden verminderd met afschrijvingskosten, inkoop van hennepstekken en variabele kosten van assimilatielampen. De betrokkene voerde aan dat het voordeel lager was en wilde kosten van een in beslag genomen leaseauto aftrekken, maar het hof verwierp deze aftrekposten omdat deze niet direct verband hielden met het verkrijgen van het voordeel.
Het hof vond het rapport over de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel betrouwbaar en objectief en verwierp het verweer van de betrokkene dat het voordeel lager zou zijn. Gezien de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene achtte het hof het redelijk dat deze het bedrag van €18.124,25 aan de Staat betaalt. Tevens bepaalde het hof de maximale duur van de gijzeling op 362 dagen, conform de wettelijke bepalingen.
Ten slotte constateerde het hof een overschrijding van de redelijke termijn, maar vond dit reeds in de strafoplegging verwerkt. De beslissing van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door het genoemde bedrag vast te stellen en de betalingsverplichting op te leggen.