ECLI:NL:GHARL:2021:3435
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om vergoeding kosten na schorsing vervolging wegens psychische stoornis afgewezen
Verzoeker heeft een verzoek ingediend om vergoeding uit ’s Rijks kas van de kosten die hij heeft gemaakt in een strafzaak tegen hem, waaronder de kosten van zijn raadsman. Het hof had eerder de vervolging geschorst vanwege een psychische stoornis of psychogeriatrische aandoening van verzoeker, waardoor hij niet in staat is de vervolging te begrijpen.
De kernvraag was of de strafzaak tegen verzoeker met het arrest van schorsing was geëindigd, wat noodzakelijk is voor toekenning van vergoeding op grond van artikel 530 Sv Pro. Het hof oordeelde dat de zaak niet is geëindigd omdat de schorsing betekent dat de vervolging tijdelijk is opgeschort en kan worden voortgezet zodra de omstandigheid niet meer bestaat.
Hoewel de kans dat de psychische stoornis ophoudt zeer klein wordt geacht, sluit dit niet uit dat de zaak kan worden voortgezet of op een later moment kan worden beëindigd. Verzoeker kan in de toekomst een verklaring van einde van de zaak vragen of de zaak kan worden beëindigd na overlijden.
Daarom is het verzoek om vergoeding niet ontvankelijk verklaard en is geen vergoeding toegekend.
Uitkomst: Verzoek om vergoeding van kosten na schorsing vervolging wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de strafzaak niet is geëindigd.