ECLI:NL:GHARL:2021:3435

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
31 maart 2021
Publicatiedatum
9 april 2021
Zaaknummer
001288-20
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 29f Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om vergoeding kosten na schorsing vervolging wegens psychische stoornis afgewezen

Verzoeker heeft een verzoek ingediend om vergoeding uit ’s Rijks kas van de kosten die hij heeft gemaakt in een strafzaak tegen hem, waaronder de kosten van zijn raadsman. Het hof had eerder de vervolging geschorst vanwege een psychische stoornis of psychogeriatrische aandoening van verzoeker, waardoor hij niet in staat is de vervolging te begrijpen.

De kernvraag was of de strafzaak tegen verzoeker met het arrest van schorsing was geëindigd, wat noodzakelijk is voor toekenning van vergoeding op grond van artikel 530 Sv Pro. Het hof oordeelde dat de zaak niet is geëindigd omdat de schorsing betekent dat de vervolging tijdelijk is opgeschort en kan worden voortgezet zodra de omstandigheid niet meer bestaat.

Hoewel de kans dat de psychische stoornis ophoudt zeer klein wordt geacht, sluit dit niet uit dat de zaak kan worden voortgezet of op een later moment kan worden beëindigd. Verzoeker kan in de toekomst een verklaring van einde van de zaak vragen of de zaak kan worden beëindigd na overlijden.

Daarom is het verzoek om vergoeding niet ontvankelijk verklaard en is geen vergoeding toegekend.

Uitkomst: Verzoek om vergoeding van kosten na schorsing vervolging wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de strafzaak niet is geëindigd.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005156-18
AV-nummer: 001288-20
Uitspraak d.d.: 31 maart 2021
Beslissing van de meervoudige raadkamer op het verzoek ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,
voor deze zaak woonplaats kiezende ten kantore van zijn advocaat mr. M.J. Blokzijl, [vestigingsplaats]
hierna te noemen verzoeker.
Procesgang
Verzoeker vraagt vergoeding uit 's Rijks kas voor gemaakte kosten in een strafzaak tegen verzoeker, zoals nader in het verzoekschrift aangegeven. Voorts vraagt verzoeker een vergoeding voor de gemaakte kosten voor de indiening van het verzoekschrift.
Het hof heeft het verzoek behandeld in raadkamer van 17 maart 2021, waarbij zijn gehoord de advocaat-generaal en mr. M.J. Blokzijl, advocaat.
Beoordeling van het verzoek
Bij arrest van 24 september 2020, parketnummer 21-005156-18, heeft het hof de vervolging van verdachte -verzoeker- geschorst.
Het hof heeft daartoe overwogen dat uit het reclasseringsrapport genoegzaam blijkt verzoeker lijdt aan een zodanige psychische stoornis dan wel psychogeriatrische aandoening dat hij niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen.
Verzoeker vraagt thans om vergoeding uit ’s Rijks kas van de kosten die hij in die strafzaak heeft gemaakt, te weten € 5.692,69 aan de kosten van de raadsman.
Ingevolge artikel 530, tweede lid, Sv wordt de gewezen verdachte een vergoeding uit 's Rijks kas toegekend voor de kosten van de raadsman, indien de zaak, kort gezegd, is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.
De kernvraag in deze zaak is of de strafzaak tegen verzoeker met bovengenoemd arrest van het hof is geëindigd.
Het hof is van oordeel dat dat niet het geval is. Met het arrest van 24 september 2020 is de vervolging geschorst uitgaande van de omstandigheid dat verzoeker lijdt aan een psychische stoornis dan wel psychogeriatrische aandoening. Dat wil zeggen dat, zolang deze omstandigheid zich voordoet, de vervolging van verzoeker geen doorgang vindt, maar ook dat, zodra deze omstandigheid zich niet meer voordoet, het openbaar ministerie de vervolging, die reeds was aangevangen, weer kan voortzetten. Dit brengt mee dat zolang de vervolging is geschorst, de strafzaak tegen verzoeker niet is geëindigd in de zin van artikel 530 Sv Pro. Hoewel het hof, net als de advocaat van verzoeker, de kans dat de omstandigheid waaronder de vervolging is geschorst -de psychische stoornis dan wel psychogeriatrische aandoening waar verzoeker aan lijdt- ophoudt te bestaan zeer klein en zelfs nagenoeg nihil acht, doet dat hier niet aan af.
Daarbij merkt het hof op dat verzoeker, indien de vervolging niet wordt voortgezet, het hof op de voet van artikel 29f Sv kan verzoeken te verklaren dat de zaak geëindigd is. Daarnaast wijst het hof op de mogelijkheid dat, indien de omstandigheid die heeft geleid tot schorsing van de vervolging zich niet meer voordoet, bijvoorbeeld omdat verzoeker is overleden, door of namens (de nabestaanden van) verzoeker, de advocaat-generaal wordt gevraagd om de zaak opnieuw aan te brengen bij het hof teneinde een arrest te wijzen waarmee de zaak wordt geëindigd.
Gelet op het voorgaande kan verzoeker niet in zijn verzoek worden ontvangen.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek.
Aldus gegeven door
mr. W.M. van Schuijlenburg, voorzitter,
mr. O. Anjewierden en mr. G.A. Versteeg, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H.P.G.A. Arntz, griffier,
door de voorzitter en de griffier ondertekend en op 31 maart 2021 ter openbare zitting uitgesproken.