Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht staat de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van twee minderjarige kinderen centraal. De rechtbank had eerder bepaald dat de kinderen elk bij een andere ouder zouden verblijven, maar deze regeling is niet nageleefd. Sinds februari 2020 verblijven beide kinderen bij verzoekster, en is er geen contact met verweerster.
Het hof heeft de Raad voor de Kinderbescherming gevraagd onderzoek te doen naar de beste verblijfs- en zorgregeling. De raad concludeerde dat de kinderen zich onveilig voelen bij verweerster en adviseerde de hoofdverblijfplaats bij verzoekster te laten. Tevens werd geadviseerd om contactherstel met hulpverlening binnen een ondertoezichtstelling na te streven.
Het hof vernietigt het eerdere besluit over de hoofdverblijfplaats van de jongste minderjarige en stelt deze bij verzoekster vast. De voorlopige zorgregeling wordt opgeschort totdat met hulpverlening kan worden toegewerkt naar herstel van contact. De behandeling van de zorgregeling wordt aangehouden voor zes maanden, met een mogelijke mondelinge behandeling daarna. Het hof benadrukt het belang van samenwerking tussen ouders, gezinsvoogd en hulpverlening voor het contactherstel.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de jongste minderjarige wordt vastgesteld bij verzoekster en de zorgregeling wordt aangehouden om contactherstel binnen een gedwongen kader mogelijk te maken.