Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 14 april 2021 in hoger beroep uitspraak gedaan over een ontnemingsvordering tegen betrokkene, die eerder is veroordeeld voor mensenhandel. De rechtbank had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €10.730,00 en de betaling aan de Staat opgelegd. Het hof vernietigde dit vonnis om proceseconomische redenen en deed opnieuw recht.
De officier van justitie had aanvankelijk een hogere vordering ingediend van €14.135,16, maar deze was bijgesteld naar €11.951,68 op basis van de onderzoeksperiode en het aantal slachtoffers. Het hof sloot zich aan bij de eerdere schatting van €10.730,00, gebaseerd op verklaringen van veroordeelde, medeverdachten, slachtoffers en ondersteunend bewijsmateriaal zoals afgetapte telefoongesprekken en sms-berichten.
Uit het bewijs bleek dat de slachtoffers opbrengsten hadden uit escortdiensten en dat een deel daarvan (30%) aan betrokkene werd betaald. Na aftrek van kosten en een aangepaste onderzoeksperiode werd het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld. Het hof constateerde een overschrijding van de redelijke termijn, maar achtte deze voldoende gecompenseerd door eerdere matiging in de strafzaak.
De verplichting tot betaling aan de Staat werd bevestigd op €10.730,00. Tevens bepaalde het hof de maximale duur van gijzeling bij niet-betaling op 429 dagen, conform de wettelijke regels. Het arrest werd gewezen door de meervoudige kamer in Zwolle en uitgesproken in openbare terechtzitting.