In deze zaak staat centraal of de verhuurder de gehuurde seniorenwoning dringend nodig heeft voor eigen gebruik, zodat de huurovereenkomst met de huurder kan worden beëindigd. De verhuurder is een vrouw van hoge leeftijd met ernstige artrose, die de kleinere gelijkvloerse woning wil betrekken ter ontlasting van haar grote woning. De huurder woont sinds 2010 in de woning en weigert te vertrekken.
De kantonrechter wees de vordering van de verhuurder af omdat zij onvoldoende dringend eigen gebruik aannam. Het hof oordeelt anders en stelt vast dat de verhuurder vanwege haar leeftijd en gezondheidstoestand de woning dringend nodig heeft. De belangenafweging leidt ertoe dat het hof de huurovereenkomst niet verlengd acht, mede gezien de verstoorde relatie en het feit dat de huurder passende woonruimte kan verkrijgen.
Het hof stelt het einde van de huurovereenkomst en ontruimingsdatum vast op 1 april 2022, met een tegemoetkoming van €6.000,- voor verhuis- en inrichtingskosten. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en in de proceskosten van beide instanties. Het arrest vernietigt het eerdere vonnis en wijst de vorderingen van de verhuurder toe.