ECLI:NL:GHARL:2021:3749
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen tussenbeschikking inzake hoofdverblijfplaats en contactregeling minderjarige
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de kinderrechter waarin een onderzoek is gelast naar de hoofdverblijfplaats, contactregeling en informatie- en consultatieregeling van zijn minderjarige kind. De vader wenst dat het kind zijn hoofdverblijf bij hem krijgt en verzoekt om een contactregeling en dwangsom bij niet-nakoming.
De kinderrechter heeft in een beschikking twee zaken gecombineerd: een eindbeslissing over de verlenging van een ondertoezichtstelling en een tussenbeschikking waarin het raadsonderzoek is gelast en verdere beslissingen zijn aangehouden. De vader richt zijn hoger beroep tegen de motivering van het raadsonderzoek in de tussenbeschikking.
Het hof oordeelt dat de beschikking met betrekking tot hoofdverblijfplaats en contactregeling een tussenbeschikking is waartegen volgens artikel 358 lid 4 Rv Pro geen tussentijds hoger beroep mogelijk is, tenzij de rechter anders beslist. Dit is niet het geval, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.
De beslissing benadrukt dat het feit dat beide zaken in één beschikking zijn opgenomen niet leidt tot een deelbeschikking, omdat het twee verschillende zaken met aparte zaaknummers en verzoeken betreft. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het hof verklaart de vader niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de tussenbeschikking over hoofdverblijfplaats en contactregeling.