ECLI:NL:GHARL:2021:3966

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 april 2021
Publicatiedatum
22 april 2021
Zaaknummer
Wahv 200.258.446
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctiebeschikking overschrijding maximumsnelheid zonder voldoende bebording

De betrokkene werd bij een inleidende beschikking gesanctioneerd voor het overschrijden van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom op de Wijchenseweg in Nijmegen. De overtreding zou zijn vastgesteld door een vaste flitspaal in combinatie met een lusdetector, waarbij een maximumsnelheid van 50 km/h gold, aangeduid met verkeersbord A1.

In hoger beroep betwistte de betrokkene dat hij de overtreding had begaan en voerde aan dat er geen bord A1 aanwezig was op het moment van de constatering. De advocaat-generaal overlegde ter onderbouwing foto's van Google Street View van drie verschillende momenten, waarvan op één foto geen bord zichtbaar was. Het hof oordeelde dat deze foto's onvoldoende aannemelijk maakten dat het bord A1 daadwerkelijk aanwezig was ten tijde van de overtreding.

Daarom vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking van de officier van justitie, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat het reeds betaalde bedrag moest worden gerestitueerd. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene voor de fase van het hoger beroep.

Uitkomst: Het hof vernietigt de sanctiebeschikking wegens onvoldoende bewijs van aanwezigheid van verkeersbord A1 en verklaart het beroep gegrond.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.258.446/01
CJIB-nummer
: 217157237
Uitspraak d.d.
: 22 april 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 12 maart 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is B. de Jong LLB., kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Op 7 februari 2021 is nog een fax van de gemachtigde ontvangen.
De advocaat-generaal heeft naar aanleiding hiervan aanvullende informatie overgelegd. Een kopie van deze informatie is toegezonden aan de gemachtigde.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 113,- voor: “overschrijding maximum snelheid binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 17 mei 2018 om 00:44 uur op de Wijchenseweg in Nijmegen met het voertuig met het kenteken [YY-00-YY] .
2. De gemachtigde voert in hoger beroep -bij voormelde fax van 7 februari 2021- aan dat de betrokkene betwist de gedraging te hebben verricht en dat hij geen bord A1 is gepasseerd, zodat niet kan worden uitgegaan van de toegestane maximumsnelheid, zoals genoemd in het zaakoverzicht.
3. Uit het zaakoverzicht dat zich in het dossier bevindt kan worden afgeleid dat de gedraging is geconstateerd door middel van een lusdetector in combinatie met een flitspaal, dat de maximumsnelheid ter plaatse 50 km/h bedroeg en dat sprake is van borden A1.
4. Het is vaste rechtspraak van het hof dat een betwisting van de aanwezigheid van (deugdelijke) bebording bij overtredingen die door middel van een vaste flitspaal worden vastgesteld, slechts kan worden weerlegd aan de hand van stukken – bijvoorbeeld schouwrapporten – die aannemelijk maken dat ten tijde van de constatering wél deugdelijke bebording aanwezig was (vgl. het arrest van het hof van 25 september 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl, vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:8537).
5. De advocaat-generaal heeft in reactie op het verweer van de gemachtigde geen schouwrapporten overgelegd maar een drietal foto's van GoogleStreetview. Het zijn foto's van de betreffende locatie, genomen in juni 2017, augustus 2017 en augustus 2018. Op de foto's uit juni 2017 en augustus 2018 is een bord A1 "50" zichtbaar. Dat geldt -mogelijk omdat deze vanuit een andere hoek is genomen- niet voor de foto uit augustus 2017. Naar het oordeel van het hof is met deze foto's niet voldoende aannemelijk gemaakt dat ten tijde van de gedraging een bord A1 "50" aanwezig was.
6. Het verweer slaagt derhalve. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom vernietigen en doen wat de kantonrechter had behoren te doen, namelijk het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigen. Het tot zekerheid gestelde bedrag moet worden gerestitueerd. De overige bezwaren behoeven derhalve geen bespreking meer.
7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. De grond die leidt tot vernietiging van de inleidende beschikking heeft de gemachtigde voor het eerst in hoger beroep aangevoerd. Weliswaar kennen de beroepsprocedures op grond van de Wahv in beginsel geen grondenfuik, maar in het onderhavige geval valt niet in te zien waarom deze grond niet al in een eerder stadium had kunnen worden aangevoerd. Het hof ziet hierin aanleiding en acht het redelijk om slechts een vergoeding toe te kennen voor de proceskosten in de fase van het hoger beroep. Aan het indienen van het hoger beroepschrift dient een punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt
€ 534,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 267,- (= 1 x € 534,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 267,-.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.