ECLI:NL:GHARL:2021:405
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Sekeris
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen sanctie voor parkeren met verlopen gehandicaptenparkeerkaart
De betrokkene werd gesanctioneerd voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder een duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene tegen deze sanctie ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
In hoger beroep stelde de gemachtigde van de betrokkene dat de kantonrechter ten onrechte de motiveringsklacht had afgewezen, omdat de officier van justitie niet adequaat op het verzoek om matiging van de sanctie was ingegaan. Het hof oordeelde dat de beslissing van de officier van justitie niet deugdelijk was gemotiveerd en vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de officier van justitie.
Bij de beoordeling van het beroep tegen de sanctie stelde het hof vast dat de gehandicaptenparkeerkaart van de betrokkene op het moment van de overtreding was verlopen. Hoewel de handicap niet was verdwenen, was niet aannemelijk gemaakt dat de betrokkene nog voldeed aan de voorwaarden voor een geldige kaart. Het hof zag daarom geen reden om de sanctie te matigen en verklaarde het beroep tegen de sanctie ongegrond.
Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld.
Uitkomst: Het beroep tegen de sanctie wegens parkeren met een verlopen gehandicaptenparkeerkaart wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.