ECLI:NL:GHARL:2021:4055

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
26 april 2021
Publicatiedatum
26 april 2021
Zaaknummer
Wahv 200.275.333/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen parkeerovertreding zonder foto of aankondiging

De betrokkene kreeg een sanctie van €95,- opgelegd voor het parkeren zonder zichtbare parkeerschijf op een blauwe streepzone aan de Willem van Weldammelaan in Amsterdam op 5 februari 2019. De betrokkene ontkende de gedraging en voerde aan dat het verdedigingsbeginsel was geschonden vanwege het ontbreken van een precieze locatie, een aankondiging van beschikking en foto's in het dossier.

Het hof oordeelde dat de aanduiding van de Willem van Weldammelaan als locatie voldoende was en dat de gemachtigde niet aannemelijk had gemaakt dat de exacte locatie niet kon worden achterhaald met de overige dossiergegevens. Het ontbreken van foto's en een aankondiging van beschikking leidde niet tot schending van het verdedigingsbelang, aangezien de inleidende beschikking tijdig was toegezonden en voldoende informatie bevatte.

De kantonrechter had het beroep terecht ongegrond verklaard en het hof bevestigde deze beslissing. Ook het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de ongegrondverklaring van het beroep tegen de opgelegde parkeersanctie en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.275.333/01
CJIB-nummer
: 223549317
Uitspraak d.d.
: 26 april 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 4 februari 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. Daarbij is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De gemachtigde heeft het zittingsverzoek ingetrokken.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep, terwijl dat motorvoertuig niet is voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf”. Deze gedraging zou zijn verricht op 5 februari 2019 om 11:36 uur op de Willem van Weldammelaan in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .
2.
Namens de betrokkene wordt de gedraging ontkend. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat het verdedigingsbeginsel is geschonden. De betrokkene kan zich onvoldoende verweren tegen de opgelegde sanctie, omdat de precieze pleeglocatie ontbreekt, geen aankondiging van beschikking is achtergelaten en zich in het dossier geen foto’s bevinden. De Willem van Weldammelaan te Amsterdam als pleeglocatie opnemen is zeer algemeen. De ambtenaar heeft niet vermeld ter hoogte van welk perceel de vermeende gedraging is begaan. De ambtenaar had tenminste duidelijke foto’s moeten maken en een perceelnummer moeten noteren. Het is technisch gezien niet mogelijk een zaak aan te melden bij het CJIB zonder een foto mee te sturen. In iedere parkeerzaak moet daarom een foto worden gemaakt. Ook in deze zaak moet een foto aanwezig zijn, maar deze bevindt zich niet in het dossier.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik heb met betrekking tot deze overtreding de bestuurder niet staande gehouden maar op kenteken geschreven omdat de betrokkene niet bij het voertuig aanwezig was. Ik verbalisant zag dat het voertuig geparkeerd stond in een parkeerschijfzone aangeduid met bord E10. Ik zag dat het bord zichtbaar en duidelijk was aangebracht met onderbord. Ik zag dat de volgende tekst is vermeld op het onderbord: ‘ma t/m zat 09:00-19:00h, max. 1.5h’. Tevens zag ik dat er een blauwe streep langs de parkeerplaatsen aanwezig was. Ik zag dat er geen zichtbare ontheffing/vergunning aanwezig was achter de voorruit van het voertuig.”
4. Naar het oordeel van het hof is met de aanduiding Willem van Weldammelaan de pleeglocatie voldoende aangeduid. De gemachtigde heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij met de eveneens in het dossier aanwezige gegevens die betrekking hebben op de datum en het tijdstip van de gedraging, de exacte locatie van de hier verweten parkeerovertreding niet heeft kunnen achterhalen.
5. De omstandigheid dat foto's van de gedraging of een aankondiging van beschikking ontbreken brengt op zichzelf niet mee dat onvoldoende verweer kan worden gevoerd.
6. Artikel 4, derde lid, van de Wahv bepaalt dat een aankondiging van beschikking kan worden uitgereikt aan degene tot wie zij zich richt of kan worden achtergelaten in of aan het motorrijtuig. Deze bepaling geeft de ambtenaar de mogelijkheid om een aankondiging van beschikking achter te laten, maar verplicht hem daartoe niet. Nu de inleidende beschikking ruimschoots binnen de daarvoor geldende termijn aan de betrokkene is toegezonden, kan niet worden vastgesteld dat hij in zijn verdedigingsbelang is geschaad door het niet ter plaatse achterlaten van de aankondiging van de beschikking. Dat laatste geldt ook voor het feit dat er geen foto’s van de gedraging zijn gemaakt, zoals door de gemachtigde aangevoerd. Geen rechtsregel verplicht daartoe, terwijl de inleidende beschikking voldoende informatie voor de betrokkene bevat om zich op een adequate wijze daartegen te verdedigen.
7. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.
8. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.