ECLI:NL:GHARL:2021:4067

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
26 april 2021
Publicatiedatum
26 april 2021
Zaaknummer
Wahv 200.283.538/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie wegens onvoldoende lichtdoorlatendheid zijruiten rolstoelbus

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het rijden met een voertuig waarvan de lichtdoorlatendheid van de voorste zijruiten minder dan 55% bedroeg. Dit gebeurde op 22 mei 2019 met een rolstoelbus die was omgebouwd voor gehandicaptenvervoer en goedgekeurd door de RDW.

De gemachtigde van de betrokkene erkende de overtreding niet, maar stelde dat de ombouw van de bus in 2003 plaatsvond in opdracht van de gemeente Zuidhorn en dat de bus door de RDW was goedgekeurd. De zijruiten waren vervangen om de warmte buiten te houden vanwege de gevoeligheid van de gehandicapte zoon. De gemachtigde was niet op de hoogte dat de ruiten niet aan de wettelijke eisen voldeden.

Het hof achtte de stellingen van de gemachtigde aannemelijk en concludeerde dat de dwaling verontschuldigbaar was. De keuring door de RDW had de lichtdoorlatendheid van de zijruiten niet beoordeeld. De sanctie werd daarom gematigd tot nihil. Het hof benadrukte dat toekomstige overtredingen niet zonder meer op verontschuldigbare dwaling kunnen worden gebaseerd en dat de betrokkene verantwoordelijk is voor het voldoen aan de wettelijke eisen.

Uitkomst: De sanctie wegens onvoldoende lichtdoorlatendheid van de zijruiten is gematigd tot nihil wegens verontschuldigbare dwaling.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.283.538/01
CJIB-nummer
: 225793306
Uitspraak d.d.
: 26 april 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland van 6 juli 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is G.J. Biesterbos, wonende te Zuidhorn.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Op 25 maart 2021 is nog een brief van de gemachtigde ontvangen.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 april 2021. De gemachtigde is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking als bestuurder een sanctie opgelegd van
€ 240,- voor: “de lichtdoorlatendheid van een vooruit/voorste zijruit(en) bedraagt minder dan 55%”. Deze gedraging zou zijn verricht op 22 mei 2019 om 15:10 uur op de Rykstraatweg in Tytsjerk met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] , een rolstoelbus.
2. De gemachtigde, eigenaar van de rolstoelbus waarvan zijn echtgenote kentekenhouder is, ontkent de gedraging niet, maar stelt dat de bus is omgebouwd in 2003 met het oog op het vervoer van zijn gehandicapte zoon. De stoelen zijn uit de bus verwijderd en er is een rolstoellift geplaatst. Verder zijn de zijruiten vervangen. De zoon van de gemachtigde kan geen warmte verdragen en de blanke ruiten van de bus konden de warmte van buiten onvoldoende tegen houden. Deze ombouw heeft op basis van een zorgaanvraag plaatsgevonden in opdracht van en goedgekeurd door de gemeente Zuidhorn. De ombouw is uitgevoerd door een dealer. Deze heeft de bus laten keuren door de RDW. De bus is goedgekeurd. Vervolgens heeft de gemeente Zuidhorn de bus overgedragen aan de gemachtigde. De gemachtigde wist niet dat de voorste zijruiten niet voldeden aan de daartoe gestelde eisen. Hij ging ervan uit dat de ruiten daaraan wel voldeden, aangezien de RDW het voertuig had goedgekeurd. De gemachtigde is er nooit eerder op gewezen dat de ruiten niet voldeden..
3. De gemachtigde heeft hetgeen hij heeft gesteld waar mogelijk met stukken onderbouwd. Het hof acht het gestelde aannemelijk.
Ter zitting heeft de advocaat-generaal informatie van de RDW overgelegd waaruit blijkt dat bij de keuring de voorste zijruiten niet zijn beoordeeld. De inrichting van het voertuig is gewijzigd naar vervoer van een invalide persoon en de zijruiten zijn geen onderdeel van de wijziging geweest. Ter zitting is gebleken dat de gemachtigde van deze informatie niet op de hoogte was.
4. Het hof stelt voorop dat het de verantwoordelijkheid is van de bestuurder/de kentekenhouder dat een voertuig voldoet aan de daartoe te stellen eisen. De gemachtigde dwaalde hieromtrent; hij ging ervan uit dat dit het geval was ten aanzien van de voorste zijruiten van zijn voertuig.
5. Naar het oordeel van het hof heeft de gemachtigde aannemelijk gemaakt dat deze dwaling in de onderhavige bijzondere situatie verontschuldigbaar is. De gemachtigde heeft het voertuig ter beschikking gekregen van een overheidsinstantie. De ombouw van het voertuig is verricht door een dealer waarna het voertuig door de RDW is gekeurd. Er was voor de gemachtigde geen aanleiding om bij de RDW na te vragen of de keuring zich ook had uitgestrekt tot de lichtdoorlatendheid van de voorste zijruiten. In redelijkheid kan niet worden geoordeeld dat de gemachtigde is tekort geschoten in zijn onderzoekplicht.
6. Het hof ziet in de zich hier voordoende feiten en omstandigheden aanleiding om het bedrag van de sanctie te matigen tot nihil.
7. Deze beslissing brengt mee dat in de toekomst een beroep van de gemachtigde op verontschuldigbare dwaling niet opgaat en dat het op de weg van de gemachtigde ligt om de lichtdoorlatendheid van de voorste zijruiten in overeenstemming te (doen) brengen met de geldende eisen, die er niet alleen toe strekken dat de bestuurder goed zicht heeft naar buiten maar ook en met name dat personen buiten het voertuig kunnen waarnemen of de bestuurder van het voertuig hen heeft opgemerkt of kan opmerken.
8.
Het hof beslist als volgt.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de inleidende beschikking in die zin dat het bedrag van de sanctie wordt gematigd tot nihil;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.